Pensioen na 45 dienstjaren lijkt van de baan

Demissionair minister Koolmees van SZW heeft aan de Tweede Kamer laten weten dat een regeling voor een pensioen na 45 dienstjaren het beoogde doel niet bereikt. Werknemers die eerder met pensioen willen, kunnen wel bijvoorbeeld verlof sparen of gebruikmaken van de soepelere regels voor RVU’s.

14 mei 2021 | Door redactie

Voor mensen die vroeg beginnen met werken, kan het extra lastig zijn om gezond door te werken tot de AOW-leeftijd. In het pensioenakkoord werd daarom afgesproken om te onderzoeken of het mogelijk is het moment van uittreden te koppelen aan het aantal dienstjaren, bijvoorbeeld 45. Begin dit jaar werd dit onderzoek gepubliceerd. In een reactie hierop stelt de minister nu dat de regeling lastig uitvoerbaar is, niet de doelgroep bereikt waarvoor het bestemd is en te zwaar drukt op de overheidsfinanciën.

Arbeidshistorie niet bijgehouden

De minister concludeert dat het lastig is om aan te tonen wie er aan de 45 dienstjaren komt, waardoor een deel van de doelgroep buiten de boot kan vallen. Dit komt doordat de arbeidshistorie niet lang genoeg centraal bijgehouden is én omdat werknemers zelf geen noodzaak hadden hun gegevens langer te bewaren dan bijvoorbeeld voor de belastingaangifte nodig was.
Ook kan de regeling leiden tot een verschil in behandeling tussen mannen en vrouwen. Doordat vrouwen vaker dan mannen in deeltijd werken of helemaal niet werken om voor het gezin te zorgen, komen zij minder snel aan 45 dienstjaren voor het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.

Kosten staatskas lopen snel op

De regeling zou het voor werknemers met zwaar werk mogelijk maken eerder te stoppen met werk, maar er zouden ook veel werknemers van profiteren met beroepen die niet als zwaar aangemerkt worden. Door de steeds groter wordende groep langwerkenden zouden de kosten voor staatskas snel oplopen, tot wel € 5 miljard per jaar in 2038. Hoewel deze publiek gefinancierde vorm voor nu afgeschreven is, is het vroegpensioen geen gesloten boek; de minister vindt dat afspraken over vroegpensioenregelingen door vakbonden en werkgevers in cao’s overeengekomen kunnen worden. In cao’s worden nu ook afspraken gemaakt over het gebruik van de tijdelijke drempelvrijstelling voor regelingen voor vervroegde uittreding (artikel), eveneens een afspraak uit het pensioenakkoord. Bovendien zijn sinds dit jaar meer verlofuren fiscaal gunstig op te sparen voor eerdere uittreding.

Bijlagen bij dit bericht