Solidariteitsreserve als kussen tegen pensioendompers

In het nieuwe pensioenstelsel krijgen alle deelnemers in feite een persoonlijk potje. Maar om al te grote schokken op de financiële markten op te vangen is er ook een verplichte gezamenlijke voorziening: de solidariteitsreserve.

23 juni 2020 | Door redactie

In het pensioenakkoord is afgesproken dat het voor deelnemers duidelijker moet zijn wat zij zelf aan pensioen kunnen verwachten. Daarom bouwt elke deelnemer een ‘voor uitkering gereserveerd vermogen’ op binnen het pensioenfonds. Dit potje wordt gevuld met premies, rendementen op beleggingen en eventuele bijdrage uit de zogeheten ‘solidariteitsreserve’.

Niet ‘onnodig veel geld’ in reserve

De solidariteitsreserve wordt straks in het nieuwe pensioenstelsel verplicht voor elk pensioenfonds. Het is een gezamenlijke reserve van alle deelnemers, en is bedoeld om de risico’s tussen generaties te delen. In slechte economische jaren kan het fonds tegenvallers in de beleggingen dempen met geld uit de reserve.
Het pensioenfonds mag bij de invulling van de reserve kiezen waar zij nadruk op legt. Maar het fondsbestuur moet vooraf met de sociale partners afspraken maken over 4 zaken: het vullen van de reserve, regels voor uitdelingen, de gewenste omvang van de reserve én hoe de reserve ‘significant bijdraagt aan de intergenerationele risicodeling en solidariteit’.
Bij de invulling moet het fonds wel binnen bepaalde kaders blijven. Zo mag de reserve niet hoger zijn dan 15% van het totale fondsvermogen. Deze grens zorgt er volgens het kabinet voor dat de reserve wél stabiliteit brengt, maar dat er ook weer niet onnodig veel geld ‘in de reserve achterblijft dat niet ingezet kan worden voor verhoging van de pensioenen’.

Regels voor het vullen van de solidariteitsreserve

Ook aan het vullen van de reserve zijn regels gesteld. De pot kan namelijk gevuld worden met premies of geld uit ‘overrendement’, of een combinatie van die twee. Er mag niet meer dan 10% van de premiegelden naar de solidariteitsreserve stromen, en ook maar maximaal 10% van het overrendement. Dit is het rendement dat nog ‘over’ is nadat er genoeg rendement is behaald om het renterisico voor deelnemers af te dekken. Bij de start van de solidariteitsreserve mag het pensioenfonds ook uit het bestaande vermogen putten.
Het kabinet wijst er op dat vullen uit het overrendement betekent dat álle deelnemers meebetalen. Dus ook gepensioneerden en ‘slapers’: deelnemers die wel een pensioenpotje hebben opgebouwd, maar inmiddels zijn overgestapt naar een ander fonds. Vult een fonds de reserve met premiegeld, dan betalen alleen actieve deelnemers daar aan mee.

Uitdeelregels voor lange tijd vastleggen

Naast regels voor vullen zijn er ook voorwaarden voor uitdelingen uit de reserve, die wettelijk worden vastgelegd. Die regels moeten evenwichtig, transparant en vooraf vastgesteld zijn. De regels moeten voor ‘lange tijd’ worden vastgesteld. Op die manier wordt voorkomen dat het geld uit de reserve toch anders wordt besteed dan was bedacht.

Download de complete Hoofdlijnennotitie uitwerking pensioenakkoord (pdf), zodat u snel de achtergrondinformatie bij de hand heeft.