Wetsvoorstel vertraging stijging AOW-leeftijd ingediend

Minister Koolmees en staatssecretaris Vijlbrief hebben het wetsvoorstel Verandering koppeling AOW-leeftijd ingediend bij de Tweede Kamer. Hierdoor stijgt vanaf 2025 de AOW-leeftijd per 1 jaar levensverwachting met 8 maanden.

16 juli 2020 | Door redactie

Nu ook vakbond FNV heeft ingestemd met de invulling van het pensioenakkoord, kan het kabinet de afspraken gaan uitwerken. Onderdeel van het pensioenakkoord is een minder snelle stijging van de leeftijd waarop iemand recht heeft op een uitkering op basis van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en staatssecretaris Vijlbrief van Financiën hebben onlangs een wetsvoorstel aangeboden aan de Tweede Kamer dat deze tragere stijging van de AOW-leeftijd regelt. Per 2025 wil het kabinet de zogenoemde een-op-een-koppeling vervangen door een 'twee-derde-koppeling'. Dit houdt in dat als de levensverwachting met 1 jaar stijgt, de AOW-leeftijd met ingang 2025 niet met 1 jaar stijgt, maar met 8 maanden. De koppeling van de pensioenrichtleeftijd aan de levensverwachting wordt op vergelijkbare wijze aangepast.

AOW-leeftijd in 2025 op 67 jaar

De minder snelle stijging van de AOW-leeftijd was al ingezet met de Wet temporisering AOW-leeftijd, maar er waren zorgen over de houdbaarheid van de een-op-een-koppeling. In het wetsvoorstel blijft de AOW-leeftijd in 2020 en 2021 staan op 66 jaar en 4 maanden. Hierna komen er in 2022 en 2023 steeds 3 maanden bij, zodat de AOW-leeftijd per 2024 op 67 jaar ligt. In 2025 zou de AOW-leeftijd oorspronkelijk 67 jaar en 3 maanden zijn, maar in het wetsvoorstel blijft dit 67 jaar. En waar eerst vanaf 2025 de AOW-leeftijd met 1 jaar zou stijgen voor elk jaar dat iemand langer leeft, is dit in het nieuwe wetsvoorstel 8 maanden. Dat betekent dat voor elk jaar dat iemand langer leeft, hij 8 maanden langer doorwerkt en 4 maanden langer AOW-pensioen ontvangt. Met de vertraging wil het kabinet zorgen dat de verhouding tussen het werkende leven en de duur van het pensioen meer in verhouding blijft.

Bijlagen bij dit bericht