Van werk-naar-werktrajecten effectief

De werk-naar-werkexperimenten waarmee werkgevers samen met de vakbond probeerden om met ontslag bedreigde werknemers aan een nieuwe baan te helpen, is voor 60% van de werknemers succesvol geweest. Dit blijkt uit de Eindrapportage Experimenten van-werk-naar-werk die minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onlangs naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

23 januari 2013 | Door redactie

Vanaf 1 december 2010 tot 1 maart 2012 zijn er negen werk-naar-werkexperimenten geweest. Het doel van deze experimenten was om te onderzoeken hoe werkgevers en vakbonden er samen voor konden zorgen dat overtollige werknemers sneller aan een nieuwe baan konden komen. In totaal hebben 680 werknemers aan de experimenten deelgenomen. 60% hiervan (404 werknemers) heeft een andere baan gevonden. Het gaat hier voor een groot deel van de werknemers (74%) om een tijdelijk contract.

Samenwerking met sectorfondsen belangrijk

Met de van werk-naar-werkexperimenten konden werkgevers en werknemers een subsidie krijgen van maximaal € 2.500 per werknemer. Dit bedrag moesten zij gebruiken voor de begeleiding van de werknemer naar nieuw werk. De voorwaarde was wel dat het bedrag dat zij zelf investeerden in de begeleiding minimaal net zo hoog was als de subsidie.
In een brief aan de Tweede Kamer (pdf) geeft minister Asscher aan dat het succes van de experimenten vooral te maken heeft met de betrokkenheid van de vakbond. Dit gaf werkgevers en werknemers vertrouwen en zorgde ervoor dat zij met vragen ergens terecht konden. Ook de samenwerking tussen sectorfondsen en sociale partners was belangrijk. Dit zorgde er bijvoorbeeld voor dat werknemers zich konden omscholen en zo makkelijker een nieuwe baan konden vinden.

Afspraken over begeleiding overtollige werknemers

In verdere gesprekken met de sociale partners gaat het kabinet afspraken maken over de begeleiding van overtollige werknemers. Hiervoor heeft zij de sociale partners gevraagd om sectorplannen op te stellen. De resultaten van de werk-naar-werkexperimenten kunnen hier een belangrijke rol bij spelen.