Werken met een chronische ziekte

Arboprofessionals en werknemers hebben beide behoefte aan een centraal online informatiepunt met specifieke informatie per ziekte. Het informatiepunt moet algemeen houden wat voor iedere werknemer met een chronische aandoening geldt maar ook informatie geven over het werken met een specifieke aandoening. Dit blijkt uit onderzoek van het ministerie SZW.

30 april 2019 | Door redactie

Aanleiding voor het onderzoek (pdf) was een advies van de Sociaal-Economische Raad (SER) over werken met een chronische ziekte. Hierop stelde het ministerie SZW een werkgroep Chronisch Zieke Werkende (CZW) in die moest kijken naar de vorm van een centraal informatiepunt. Het onderzoek richtte zich vooral op de behoefte aan informatie die arboprofessionals, werknemers en werkzoekenden met een chronische aandoening hebben. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek had in 2017 36,2% van de werknemers in Nederland een chronische aandoening.

Arboprofessionals vinden informatie erg versnipperd

De onderzoekers hielden diepte-interviews met arboprofessionals en een online enquête onder 490 werkenden en 91 werkzoekenden met een chronische aandoening of beperking. Hoewel de arboprofessionals verklaarden goed geïnformeerd te zijn, vonden zij dat de informatie wel versnipperd is. Zij wezen op de diversiteit van situaties die zich kunnen voordoen als werkenden een chronische aandoening hebben of krijgen. De gevolgen van de aandoening lopen sterk uiteen, afhankelijk van het type aandoening en het type baan. Ook kunnen mensen heel verschillend op de dezelfde aandoening reageren.

Werknemers hebben niet altijd een aangepaste werkplek

Slechts één op de vijf werknemers kan alle informatie vinden die hij zoekt, de helft gedeeltelijk. Ruim een kwart heeft de gezochte informatie niet gevonden.
De helft van de werkenden met een chronische aandoening krijgt steun van een professional, vooral van bedrijfs- of arbo-artsen en psychologen. De meerderheid van de werknemers (92%) is redelijk tot zeer tevreden over de steun die zij van de werkgever krijgen. Iets meer dan de helft van de werkenden ervaart echter praktische problemen. De belangrijkste problemen zijn dat zij geen mogelijkheden hebben om (deels) thuis te werken (18%) en geen aangepaste werkplek hebben (16%).

Informatiepunt moet gebruik subsidieregelingen verbeteren

Vanuit de werkgroep CZW is de Patiëntenfederatie al aan de slag met de conclusies uit het onderzoek. Het centrale informatiepunt moet informatie bieden die specifiek genoeg is om aan te sluiten bij de individuele behoeften van werknemers, werkzoekenden, hulpverleners en geïnteresseerden. De kennis van arboregels en subsidieregelingen moet hiermee verbeteren, zodat werkgevers voorzieningen om bijvoorbeeld de werkplek aan te passen vaker gebruiken.