Gedrag werknemer helpen veranderen met bekrachtiging

Om de talenten van werknemers optimaal te benutten, is er soms een gedragsverandering nodig. Dit houdt in dat werknemers aangeleerde routines, die ze op de automatische piloot doen, moeten aanpassen. Er zijn drie kernelementen die een rol spelen bij het aan- en afleren van gedrag.

16 januari 2019 | Door redactie

Als een leidinggevende actief het gedrag van een werknemer wil beïnvloeden, moet hij weten dat gedrag een specifieke combinatie is van kennis, vaardigheden en werkhouding. Gedrag ontwikkelt zich ook in die volgorde: eerst moet de werknemer kennis vergaren, dan de vaardigheden en de juiste houding ontwikkelen. Als het voor een werknemer duidelijk is dat zijn standaardgedrag niet langer voldoet voor de uitoefening van zijn functie of toekomstige taken, is gedragsverandering zinvol. Dat is alleen niet eenvoudig, omdat gedrag deels onbewust gebeurt. De leidinggevende kan de werknemer hierbij helpen door te focussen op een van de drie kernelementen die een rol spelen bij gedragsvorming:

  • modeling;
  • operante conditionering;
  • shaping.

Handelen van werknemer bevestigen

Een werknemer kan ander gedrag aanleren via modeling. Dit houdt simpelweg in dat hij leert door anderen te observeren en te imiteren. Bij operante conditionering stuurt de leidinggevende aan op bepaald gedrag via een beloning (tool). Straf zal in dit geval bepaald gedrag afzwakken. Shaping is het geleidelijk maar systematisch omvormen van gedrag. Een werknemer gaat dan telkens net iets andere deelgedragingen vertonen. Ook hier speelt beloning een rol, want bij de bekrachtiging van het gedrag leidt dat tot het versterken van bepaald gedrag. Belangrijk hierbij is dat de bevestiging snel volgt op het gedrag en dat de werknemer de bevestiging ziet als gevolg van zijn eigen handelen.

Nieuw gedrag implementeren

Gedragsverandering is het meest effectief als het is gericht op het verbeteren van kennis, vaardigheden of werkhouding. Stel dat een manager moeite heeft met negatieve feedback geven (tool), omdat hij niet over de juiste kennis beschikt. Als hij vervolgens leert welk gedrag effectief is bij het geven van feedback, kan hij zijn vaardigheden oefenen. Belangrijk is dat de leidinggevende ervaart wat het effect is van zijn handelen. Tot slot moet hij zijn houding erop aanpassen. Wat helpt om dit nieuwe gedrag te implementeren, zijn regelmatige bevestigingen van de juistheid van zijn aanpak van bijvoorbeeld zijn eigen leidinggevende, collega’s of werknemers die zijn feedback ontvangen.