2018: grenzen tussen kleine en grote werkgevers

Voor de premie die organisaties betalen voor de Werkhervattingskas is de grens tussen een kleine en middelgrote werkgever en tussen een middelgrote en grote werkgever van belang. Die grenzen zijn voor 2018 bekend en hangen af van het gemiddelde premieplichtige loon. In 2018 is dat € 32.800.

27 november 2017 | Door redactie

Of een organisatie voor de Werkhervattingskas (Whk) wordt gezien als klein, middelgroot of groot hangt in 2018 af van de totale loonsom van de organisatie in 2016. Dat bepaalt vervolgens of zij voor de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en de Ziektewet (ZW) een individuele premie betaalt of een premie die (deels) gebaseerd is op de instroom in de ZW en WGA. Voor 2018 is het gemiddelde premieplichtige loon € 32.800. Daarvan worden de grenzen tussen kleine, middelgrote en grote werkgevers afgeleid:

  • Grens klein/middelgroot is (10 × € 32.800) = € 328.000.
  • Grens middelgroot/groot is (100 × € 32.800) = € 3.280.000.

Soort premie hangt af van grootte

Is een organisatie een grote werkgever, dan betaalt zij als onderdeel van de premies werknemersverzekeringen een premie die volledig gebaseerd is op de instroom vanuit de organisatie in de ZW en WGA: de individuele premie. Kleine werkgevers betalen een sectorpremie. Middelgrote werkgevers betalen een combinatie van de individuele premie en de sectorpremie. Bij de berekening wordt gekeken naar het gemiddelde premieplichtige loon van 2012 tot en met 2016.

Niet van belang voor eigenrisicodragers

Werkgevers die eigenrisicodrager zijn voor de WGA en ZW, betalen minder premies werknemersverzekeringen, zij hoeven geen Whk-premie af te dragen. Zij nemen immers geen deel aan de publieke verzekering van UWV.