Lage WW-premie over tijdelijke urenuitbreiding tot 2023

Werkgevers kunnen nog tot 1 januari 2023 een lage WW-premie betalen over een tijdelijke urenuitbreiding van een vast contract. Dat laat demissionair staatssecretaris Wiersma van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) per brief weten aan de Tweede Kamer.

25 november 2021 | Door redactie

Sinds 1 januari 2020 betalen werkgevers als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB), een lage premie voor de Werkloosheidswet (WW) voor vaste contracten en een hoge WW-premie voor flexibele contracten. Maar er zijn situaties waarbij werkgevers in het geval van een vast contract alsnog de hoge WW-premie moeten betalen. Naar aanleiding van een onderzoek naar deze situaties informeerde demissionair staatssecretaris Wiersma de Tweede Kamer. Hij liet onder meer weten dat werkgevers tot  in ieder geval 1 januari 2023 een vast contract tijdelijk kunnen uitbreiden zonder dat dit een tweede arbeidsovereenkomst of oproepovereenkomst wordt. Zij mogen over de urenuitbreiding de lage WW-premie betalen.

Correctie hoge WW-premie met terugwerkende kracht

Werkgevers die vanaf 2020 enige tijd de hoge WW-premie toepasten omdat ze een bestaand vast contract tijdelijk hebben uitgebreid of een tweede contract hadden gesloten, kunnen de hoge WW-premie met terugwerkende kracht corrigeren. Binnenkort staat in het kennisdocument premiedifferentiatie WW hoe dit moet. Waarschijnlijk komt er dan per 1 januari 2023 extra regelgeving waardoor een urenuitbreiding onder de hoge WW-premie gaat vallen.  

Vier situaties waarin werkgever alsnog hoge WW-premie moet betalen

In de wet zijn er al vier herzieningsituaties opgenomen. In deze situaties moet een werkgever bij een vast contract met terugwerkende kracht alsnog de hoge WW-premie betalen. De eerste situatie is als een werknemer met een contract voor onbepaalde tijd binnen twee maanden na aanvang uit dienst gaat. De tweede situatie is die waarin een werknemer met een vast contract in een kalenderjaar meer dan 30% overwerkt. Maar deze situatie is in 2020 en 2021 opgeschort vanwege de pandemie.
De derde situatie geldt als een werknemer binnen een jaar na de start van het vaste contract een WW-uitkering krijgt door arbeidsurenverlies bij de werkgever. De vierde is als de werknemer opnieuw een WW-uitkering krijgt, maximaal één jaar nadat situatie drie plaatsvond. De laatste twee situaties gelden nog niet, omdat deze nog lastig uit te voeren zijn. De staatssecretaris gaat kijken of ze alsnog in werking kunnen treden en hoopt de Tweede Kamer daarover in de eerste helft van 2022 te informeren. Deze herzieningssituaties zullen in elk geval niet eerder gaan gelden dan 1 januari 2024.