Vragen over: de hoge en lage WW-premie

Werkgevers betalen sinds 1 januari 2020 via de premies werknemersverzekeringen geen sectorpremie WW meer, maar een hoge of lage premie Awf. Dit volgt uit de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) die per 1 januari 2020 is ingegaan. Maar wanneer moet een werkgever welke premie betalen?

14 oktober 2020 | Door redactie

Werkgevers betalen voor alle werknemers die zij in dienst hebben premies werknemersverzekeringen. De werknemersverzekeringen verzekeren werknemers tegen inkomensverlies als ze werkloos, arbeidsongeschikt of ziek worden. Een van de werknemersverzekeringen is de Werkloosheidswet (WW). Per 1 januari 2020 is de manier van berekening van het premiepercentage voor de WW grondig veranderd. De gedifferentieerde premie WW is namelijk niet meer afhankelijk van de sectorindeling, maar van het soort arbeidsovereenkomst van de individuele werknemer.  

Wanneer geldt de hoge en wanneer lage premie?

Werkgevers betalen de lage WW-premie van 2,94% voor werknemers met een vast contract en de hoge WW-premie van 7,94% voor werknemers met een flexibel contract. Voor de lage premie moet het contract voldoen aan de volgende 3 eisen: 

  • De arbeidsovereenkomst is schriftelijk overeengekomen.
  • De arbeidsovereenkomst is voor onbepaalde duur.
  • De contracturen per periode zijn eenduidig in de arbeidsovereenkomst vastgelegd. Er is dus geen sprake van een oproepovereenkomst.

Is stilzwijgende omzetting van een tijdelijk naar vast contract voldoende?

Nee. Om de lage premie te mogen toepassen, moeten werkgevers een schriftelijk bewijs in hun administratie hebben van een vast contract met een werknemer. Dit is het schriftelijkheidsvereiste. Dit schriftelijke bewijs kan bestaan uit een nieuw contract, een bijlage bij het tijdelijke contract – het zogenoemde addendum bij de arbeidsovereenkomst – of een bevestigingsbrief. Het is daarbij belangrijk dat zowel de werkgever als de werknemer dit ondertekenen. Een digitale handtekening of een instemming per e-mail of in een HR-systeem is daarvoor ook voldoende. 

Is een vast contract een garantie voor een lage premie?

Nee, dat is geen garantie. In de regeling zijn namelijk een aantal antimisbruikbepalingen opgenomen. Daardoor moeten werkgevers zelfs bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met terugwerkende kracht het hoge percentage toepassen. Dit is het geval als de dienstbetrekking binnen twee maanden na aanvang wordt beëindigd of als de werknemer door overwerk binnen een kalenderjaar 30% meer uren verloond krijgt dan in het contract is afgesproken. In het laatst geval is blijkbaar geen sprake geweest van een eenduidige arbeidsomvang. Dit geldt alleen voor arbeidsovereenkomsten met een overeengekomen arbeidsomvang van minder dan 35 uur. Werkgevers moeten dus goed bijhouden hoeveel uur in het contract staat en hoeveel uren er werkelijk wordt gewerkt.

Voor 2020 geldt voor overwerk wel een uitzondering. Door het coronavirus is het in bepaalde organisaties alle hens aan dek – bijvoorbeeld in de zorg – en het zou onterecht zijn als door dat vele overwerk over 2020 een hoge WW-premie verschuldigd is. 

Betalen werkgevers in seizoensgebonden sectoren nu altijd de hoge premie?

Voor werkgevers in de seizoensgebonden sectoren vormen de nieuwe regels over de WW-premie een probleem, omdat zij veel met tijdelijke werknemers werken. Zij moeten daardoor bijna altijd de hoge WW-premie betalen. Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is hierover in overleg met sociale partners in de Stichting van de Arbeid. Maar door de drukte vanwege de coronacrisis is er nog geen oplossing. Hij streeft ernaar om de Tweede Kamer dit najaar te informeren over de uitkomst van de overleggen. 

In de rubriek 'Vragen over' behandelt Rendement een onderwerp waar lezers veel vragen over hebben. Heeft u ook een vraag? Stel deze dan aan de adviseurs van de adviesdesk!