WW-premie herzien bij einde kort dienstverband

Als een werknemer voor wie de werkgever de lage WW-premie toepast binnen twee maanden uit dienst gaat, moet de werkgever de lage WW-premie herzien. Hoe de werkgever dit moet aanpakken staat in een handreiking van Forum Salaris, een online platform van de Belastingdienst.

28 april 2021 | Door redactie

Sinds 1 januari 2020 betalen werkgevers als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB), een lage WW-premie voor vaste contracten en een hoge WW-premie voor flexibele contracten. Maar gaat een werknemer voor wie de werkgever de lage WW-premie toepast, binnen twee maanden uit dienst? Dan moet de werkgever de lage WW-premie herzien en met terugwerkende kracht de hoge WW-premie betalen.
In een handreiking van Forum Salaris staan onder meer voorbeelden van situaties waarin de werkgever de lage WW-premie moet herzien, de uitzonderingen daarop en hoe de werkgever de herziening in de aangifte loonheffingen verwerkt.

Herziening niet nodig bij gedeeltelijke beëindiging contract

De werkgever moet bijvoorbeeld de WW-premie herzien in de volgende situatie: een werknemer heeft een tijdelijk contract van 1 mei tot en met 31 mei 2021, waarvoor de werkgever de hoge WW-premie toepast. Vanaf 1 juni 2021 krijgt de werknemer een vast contract en wordt de lage WW-premie toegepast. Maar dan neemt de werknemer ontslag op 30 juni 2021. De werkgever moet dan de lage premie herzien over de maand juni, omdat het contract binnen twee maanden na aanvang van het eerste contract eindigt.
Herziening is niet nodig bij bijvoorbeeld een gedeeltelijke beëindiging van het dienstverband. Stel, een werknemer krijgt op 1 mei 2021 een vast contract voor 36 uur per week, waarvoor de lage WW-premie geldt. Vanaf 1 juni 2021 verlaagt de werkgever de contracturen naar 24 uur per week. Door deze gedeeltelijke beëindiging van de dienstbetrekking hoeft de werkgever de lage premie niet te herzien.