VERDIEPINGSARTIKEL

Sociale verzekeringen in een notendop

Het Nederlandse socialezekerheidsstelsel dekt via diverse potjes met geld bepaalde situaties af die zich kunnen voordoen in het leven van uw werknemers, en in dat van uzelf uiteraard. Denk aan verzekeringen voor de oude dag, de situatie van (langdurige) ziekte of werkloosheid. Tijd om eens op een rij te zetten wie wanneer precies recht heeft op welke uitkering en voor wiens rekening de kosten ervan komen!


29 september 2020 6 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online en is geschreven door Lotte van Rees, freelance specialist loonheffingen en oud-hoofdredacteur van Salaris Rendement


Ons socialezekerheidsstelsel is vastgelegd in vele wetten en regels. Bij de uitvoering hiervan zijn diverse uitvoeringsinstanties betrokken, zoals de Belastingdienst en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Met welke onderdelen krijgt de werkgever te maken?

Verzekeringen, voorzieningen en regelingen

De sociale verzekeringen zijn het deel van ons socialezekerheidsstelsel waarmee u in uw dagelijkse werk vooral te maken heeft. De sociale verzekeringen zijn onderverdeeld in de volgende categorieën:

  • volksverzekeringen;

  • werknemersverzekeringen;

  • Zorgverzekeringswet (ZVW).

Naast de sociale verzekeringen kent ons socialezekerheidsstelstel diverse sociale voorzieningen, te weten:

  • de Participatiewet;

  • de Toeslagenwet (TW);

  • de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong);

  • de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW);

  • de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);

  • de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO).

Verder bestaat ons socialezekerheidsstelsel uit diverse inkomensafhankelijke regelingen, namelijk:

  • huurtoeslag;

  • kinderopvangtoeslag;

  • kindgebonden budget;

  • zorgtoeslag.

De sociale verzekeringen worden via de loonheffingen gefinancierd door de werkgever of de werknemer. De sociale voorzieningen en inkomensafhankelijke regelingen worden gefinancierd uit de algemene middelen van het Rijk, oftewel de belastinginkomsten.

Volksverzekeringen

Iedere persoon die legaal in Nederland woont of in loondienst is, is verplicht verzekerd voor de volksverzekeringen. Nederland kent de volgende volksverzekeringen:

  • de Algemene kinderbijslagwet (AKW);
  • de Algemene nabestaandenwet (ANW);
  • de Algemene ouderdomswet (AOW);
  • de Wet langdurige zorg (WLZ).

De verzekeringsplicht voor de AOW loopt slechts tot het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd – in 2020 en 2021 66 jaar en vier maanden – omdat dan de AOW-uitkering ingaat.

Volksverzekeringen ingehouden op het loon

In principe worden de potjes met geld voor de volksverzekeringen gevuld door werknemers via de op hun loon ingehouden premie volksverzekeringen. Dit is samen met de loonbelasting onderdeel van de in te houden loonheffing. De AKW wordt echter uit de algemene middelen van het Rijk gefinancierd, wat ook deels voor de AOW geldt.

Gemoedsbezwaren tegen verzekeringen

Werknemers kunnen vanwege hun levens- of geloofsovertuiging bezwaren hebben tegen elke vorm van verzekering. Dat kan ook voor de werkgever het geval zijn. In die situatie is een ontheffing van de premieplicht aan te vragen bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB). In hoofdstuk 11 leest u wat precies de gevolgen van zo’n ontheffing zijn voor de loonheffingen en latere uitkeringsrechten van werknemers.

Werknemersverzekeringen

In principe is iedere persoon die legaal in Nederland in loondienst is, verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Hierop zijn uitzonderingen mogelijk in de vorm van werknemers die slechts voor een enkele of voor geen enkele werknemersverzekering zijn verzekerd. Voorbeelden hiervan zijn bepaalde stagiairs en directeuren-grootaandeelhouders. Vrijwillige verzekering is dan soms mogelijk.
Nederland kent de volgende werknemersverzekeringen:

  • de Werkloosheidswet (WW);
  • de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)/Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO);
  • de Ziektewet (ZW).

De verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen loopt tot aan het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd, (op dit moment 66 jaar en vier maanden).

Werkgevers betalen premies werknemersverzekeringen

De potjes met geld voor de werknemersverzekeringen worden in principe geheel gevuld door werkgevers via de over het belastbare loon verschuldigde premies werknemersverzekeringen. Alleen voor de WIA kan een deel van de premie voor rekening van de werknemer komen.Aangezien uw onderneming premies werknemersverzekeringen is verschuldigd voor werknemers, is het van belang om de juiste personen als werknemer aan te merken. Hiermee voorkomt u niet alleen dat uw organisatie onnodig premies betaalt voor bepaalde personen, maar ook dat u niet onterecht te weinig premies blijkt te hebben betaald, met mogelijke naheffingen en boetes tot gevolg!

Verzekeringsplicht

Als hulpmiddel bij het vaststellen dat er geen sprake is van een verzekeringsplicht, heeft u tegenwoordig de mogelijkheid om een eigen overeenkomst met een zelfstandig opdrachtnemer aan de Belastingdienst voor te leggen, of te werken volgens een door de fiscus reeds goedgekeurde overeenkomst. Hiermee verkrijgt u zekerheid voor de loonheffingen en dus de verzekeringsstatus van de opdrachtnemer.

Het systeem van goedgekeurde (voorbeeld)overeenkomsten is per 1 mei 2016 ingevoerd via de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA). De bedoeling is om de Wet DBA per 2022 te vervangen. Wat de nieuwe wetgeving precies zal inhouden, is echter nog afgehamerd.

Zorgverzekeringswet

Alle legale inwoners van Nederland en werknemers in Nederland zijn verplicht verzekerd voor de basisverzekering van de Zorgverzekeringswet (ZVW). Alleen militairen in werkelijke dienst, gedetineerden en (de eerder genoemde) gemoedsbezwaarden zijn uitgezonderd van de verzekeringsplicht voor de Zorgverzekeringswet.

Nominale premie en inkomensafhankelijke bijdrage ZVW

Het potje met geld voor de Zorgverzekeringswet wordt aan de ene kant gevuld met een nominale premie, die betaalt iedere persoon zelf aan zijn zorgverzekeraar en daar heeft de werkgever dus niets mee van doen. Kinderen tot 18 jaar zijn geen premie verschuldigd. Aan de andere kant wordt dit potje gevuld met een inkomensafhankelijke bijdrage ZVW. De inkomensafhankelijke bijdrage komt meestal voor rekening van de werkgever, maar kan in bepaalde situaties voor rekening van de werknemer komen.

Instanties

Bij de sociale verzekeringen die er bestaan in ons land zijn verschillende instanties betrokken.
Zo is de Belastingdienst verantwoordelijk voor de heffing en inning van de premie volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, zoals u weet alle drie onderdeel van de overkoepelende ‘loonheffingen’.
UWV is verantwoordelijk voor de heffing en inning van de premies voor vrijwillige werknemersverzekeringen.
Qua uitvoering van de sociale verzekeringen is UWV verantwoordelijk voor die van de Wajong, WIA/WAO, WW en ZW.
De Sociale Verzekeringsbank (SVB) is verantwoordelijk voor uitvoering van de AKW, ANW en AOW.
En het zijn de zorgverzekeraars die verantwoordelijk zijn voor uitvoering van de WLZ en ZVW.

Aangifte loonheffingen

Als uw onderneming te maken krijgt met (het doorbetalen van) een uitkering aan een werknemer op grond van de sociale verzekeringen, moet u dat in de loonaangifte verwerken. Daarbij heeft u met diverse aandachtspunten te maken.

Sociale verzekeringen in de aangifte loonheffingen verwerken

Hierna komen enkele van die aandachtspunten kort aan bod.

Ziekte

Als een werknemer niet werkt vanwege ziekte en daardoor minder verdient dan het afgesproken loon, moet u bij de rubriek ‘Code incidentele inkomstenvermindering’ code Z (Ziekte) invullen. U vult deze code niet in als de werknemer een WIA/WAO- of ZW-uitkering krijgt.

UWV-uitkering

Een WIA/WAO- of WW-uitkering is loon uit vroegere arbeid. Als u zo’n UWV-uitkering (door)betaalt aan de werknemer samen met het loon, moet u op het loon en de uitkering samen de witte tabel voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen toepassen. Ditzelfde geldt als uw onderneming als eigenrisicodrager voor de WGA een WGA-uitkering samen met het loon betaalt.
Het is raadzaam om een nieuwe inkomstenverhouding voor een (doorbetaalde) UWV-uitkering te gebruiken. Daardoor wordt de uitkering niet in het jaarloon van de werknemer meegenomen en loopt uw organisatie bijvoorbeeld niet onterecht lage-inkomensvoordeel (LIV) mis. Het gebruik van aparte inkomstenverhoudingen verandert echter niets aan het feit dat u uitkering en loon moet samentellen voor de berekening van de loonheffing volgens de witte tabel.
Let verder op dat u de juiste ‘Code soort inkomstenverhouding/inkomenscode’ gebruikt voor de uitkering, zoals:

  • 22 Uitkering in het kader van de Algemene Ouderdomswet (AOW);
  • 24 Uitkering in het kader van de Algemene nabestaandenwet (ANW);
  • 39 Uitkering in het kader van de Regeling inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA);
  • 40 Uitkering in het kader van de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).

Als uw onderneming als eigenrisicodrager voor de WGA én ZW zowel een WGA-uitkering als ZW-uitkering aan een werknemer betaalt, moet u beide uitkeringen in afzonderlijke inkomstenverhoudingen opnemen.

Aanvulling

Het kan zijn dat uw onderneming een aanvulling betaalt op de uitkering van de werknemer die hij op grond van de WIA/WAO, WW of ZW ontvangt. Deze aanvulling die speelt tijdens het dienstverband neemt u in de aangifte loonheffingen op in de rubriek ‘Verstrekte aanvulling op uitkering werknemersverzekering’. U moet voor deze aanvulling dezelfde code inkomstenverhouding gebruiken als voor zijn reguliere loon.

Het complete verhaal over sociale verzekeringen leest u in themadossier Salaris Rendement Uw rol bij zekerheid voor het personeel. Professional+-abonnees kunnen dit themadossier digitaal lezen via Mijn Bibliotheek.