Zijn wij werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (ZVW) verschuldigd?

27 januari 2021

In welke gevallen zijn wij werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (ZVW) verschuldigd? En hoe wordt dit berekend?

Als er sprake is van de werkgeversheffing ZVW komt de inkomensafhankelijke bijdrage voor rekening van uw organisatie. Dat betekent dat u een percentage van 7,00% over de grondslag moet betalen aan de Belastingdienst, als onderdeel van de totaal verschuldigde loonheffingen. Uw onderneming is de werkgeversheffing ZVW verschuldigd in de volgende situaties:

  • loon uit tegenwoordige dienstbetrekking;
  • loon uit vroegere dienstbetrekking dat u betaalt tot en met het einde van de maand waarin de werknemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt;
  • periodieke uitkeringen wegens invaliditeit, ongeval of ziekte waarop de werknemer op grond van de individuele of collectieve arbeidsovereenkomst (cao) recht heeft;
  • uitkeringen op grond van een regeling voor vervroegd uittreden (RVU) die kwalificeren als loon uit tegenwoordige arbeid;
  • uitkeringen voor werknemers die functioneel leeftijdsontslag (FLO) krijgen (tot en met 24 maanden uitkering).

De werkgeversheffing ZVW die uw onderneming voor de werknemer betaalt, vormt geen loon voor hem. U hoeft dit dus niet als voordeel in de loonheffingen te betrekken.

Berekening van de werkgeversheffing ZVW

De grondslag voor de inkomensafhankelijke bijdrage ZVW wordt gevormd door het bijdrage-inkomen van de werknemer. Dat is het loon voor de Zorgverzekeringswet uit kolom 12 van de loonstaat. De inkomensafhankelijke bijdrage ZVW berekent u per loontijdvak via de methode van het voortschrijdend cumulatief rekenen (VCR), net zoals bij de premies voor de werknemersverzekeringen.

Hierbij hoeft u de werkgeversheffing of werknemersbijdrage slechts te berekenen over een bijdrageloon van maximaal € 58.311 op jaarbasis, oftewel maximaal € 4.859,25 per maand of € 4.485,46 per vier weken.