Bewegen is goed, meer bewegen is beter. Dat is wetenschappelijk bewezen, volgens de Gezondheidsraad. Werkgevers doen er dus goed aan hun werknemers te stimuleren tot sporten, zou je zeggen. Maar werknemers die veel bewegen ín hun werk zijn niet automatisch gezonder. Zij blijken vaker en sneller gezondheidsklachten te krijgen. Is sporten nu wel of niet goed?
Dit verdiepingsartikel is geschreven door Ton van Oostrum, auteur van het boek De Ziekteverzuim Code
Meer bewegen draagt bij aan een betere gezondheid. Het advies van de Gezondheidsraad is dan ook nog steeds om per week minimaal 150-300 minuten matig intensief te bewegen of 75-150 minuten intensief. Dit gecombineerd met minimaal twee keer per week krachttraining.
Vooral werknemers die zittend werk doen en daarnaast weinig bewegen, lopen gezondheidsrisico’s. Zij kunnen dit risico beperken door in hun vrije tijd te sporten. Dat betekent echter niet dat werknemers die voor hun werk veel bewegen, profiteren van dezelfde positieve gezondheidseffecten.
Het is een feit dat mensen die op hun werk veel bewegen, zoals in fysiek zware beroepen, vaak niet of moeizaam de