Hoe voorkomen we overbelasting door repetitief werk?

3 augustus 2021

Repetitief werk is niet te voorkomen in onze organisatie. We willen daarom graag weten hoe we blessures door repetitief werk kunnen voorkomen. Hoe voorkomen we overbelasting door repetitief werk?

Werknemers die elke dag heel vaak dezelfde handelingen moeten verrichten, belasten daarmee hun lichaam. Die belasting neemt toe als ze daarbij kracht moeten zetten of in een onnatuurlijke houding moeten zitten of staan. In de arbowet- en regelgeving staan geen grenswaarden voor deze belasting. Hoe weet u dan wanneer de belasting te hoog is? Met een tool kunt u dit meten.

Repeterende handelingen

Werk waarbij werknemers repeterende handelingen verrichten en moeten staan, komt in verschillende sectoren voor. Niet alleen bij lopendebandmedewerkers, maar ook bij kappers, kassamedewerkers, orderpickers enzovoort.

De handelingen kunnen klachten veroorzaken aan ellebogen, schouders, handen en polsen. In de Arbowet staat niet hoe de werkgever moet omgaan met repeterende handelingen op de werkvloer, al staat in artikel 3 lid d wel dat de werkgever monotone en tempogebonden arbeid zoveel mogelijk moet beperken.

Ondergrens

Het lastige bij het nemen van preventieve maatregelen is dat er bij repeterende handelingen geen eenvoudige ééndimensionale ondergrens bestaat. Met de KIM-tool (Key Indicator Method) repetitief werk kunt u meten of er risico van overbelasting is en hoe hoog dit is. Daarvoor vult u via een aantal stappen op een formulier gegevens in over alle taken die een werknemer per dag uitvoert. In de eerste stap bepaalt u de tijdsduur van een taak. Als een werknemer op een dag afzonderlijke taken uitvoert, doet u dit voor elke nieuwe taak. U vult de totale duur in per dag of per dienst. Aan het aantal uren hangt een aantal punten.

Kracht

De tweede stap bestaat uit het bepalen van de kracht, grip en hand/armpositie bij het uitvoeren van de taak. U geeft aan op een schaal met oplopende krachtniveaus waar de taak thuishoort. De schaal loopt van zeer lage kracht – zoals schuiven en sorteren – tot piekkrachten – zoals krachtig schroeven of indrukken en slaan.

Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen handelingen die statisch zijn en handelingen die om een beweging vragen, zoals schroeven. Van elke houding of beweging geeft u aan wat de gemiddelde duur is (in seconden per minuut) en de gemiddelde frequentie (aantal per minuut).

Dit moet u invullen voor zowel de linkerhand als de rechterhand. Aan de gemiddelde tijdsduur en de gemiddelde frequentie hangen ook punten. De som daarvan geeft de krachtscore voor beide handen. Bij het berekenen van de risicoscore wordt de hoogste score gebruikt.

Tempo

Vervolgens worden de krachtoverdracht en de houding en beweging van handen en armen bepaald. Bij een slechte krachtoverdracht en dus een hoge score aan punten, is bijvoorbeeld sprake van een voorwerp met geen of onvoldoende grip. En een slechte hand/armpositie betekent dat de werknemer langere tijd een statische houding moet aannemen zonder dat hij ondersteuning heeft. Ook de manier waarop het werk is georganiseerd en de werkomgeving spelen een rol.

Is er sprake van een hoog tempo en weinig afwisseling in taken, dan verhoogt dat het risico van overbelasting, net als werken in koude en tocht of in lawaai. Ten slotte brengt u in kaart wat de lichaamshouding is van de werknemer tijdens het uitvoeren van de taak. Is deze goed, dan heeft hij de mogelijkheid om staan en zitten af te wisselen of kan hij dynamisch zitten. Ook hoeft hij niet te reiken boven schouderhoogte. Maar moet hij werken in een gebogen houding en met gedraaide romp dat voert dat de risicoscore behoorlijk op.

Risicoklasse

Voor de evaluatie moet u de punten in een schema invullen en hier een berekening op loslaten. Op basis van de berekende risicoscore kunt u zien in welke risicoklasse de betreffende taken thuishoren en welke mate van belasting de taak met zich meebrengt. Met deze informatie kunt u de RI&E invullen en maatregelen opnemen in het plan van aanpak. Risicoklasse 1 betekent een lage belasting en weinig kans op fysieke overbelasting. Risicoklasse 4 duidt op een hoge belasting waarbij overbelasting waarschijnlijk is. Het werk moet dan anders ingericht worden.