Preventiemedewerker is beter in voorkomen

Hoewel de preventiemedewerker niet altijd een speciaal opgeleide professional is, levert hij een grote bijdrage aan de uitvoering van het arbobeleid. Elke werkgever moet ten minste een preventiemedewerker aanwijzen. Dat is bij voorkeur iemand uit de eigen organisatie.

4 december 2020 | Door redactie

De preventiemedewerker is de centrale arbomedewerker binnen de organisatie. Niet alleen levert hij een bijdrage aan de uitvoering van het arbobeleid, ook op de werkvloer is hij onmisbaar. Hij houdt daar de werksituatie goed in de gaten, en is aanspreekpunt voor medewerkers. Daardoor is de preventiemedewerker goed op de hoogte van de arbeidsomstandigheden en herkent hij snel onveilige situaties. Die kennis komt goed van pas bij het opstellen van de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) (tool): de kerntaak van de preventiemedewerker.

Een of meerdere preventiemedewerkers

Elke werkgever moet een preventiemedewerker aanstellen. Voor kleine organisaties tot en met 25 werknemers is het toegestaan om met één preventiemedewerker te werken. Hoe groter de organisatie, des te groter zal de behoefte zijn aan meerdere preventiemedewerkers. De Arbowet zegt dat de werkgever ‘één of meerdere deskundige medewerkers’ nodig heeft. Het is dus aan de werkgever om te bepalen hoeveel preventiemedewerkers hij wil inzetten. Dat is mede afhankelijk van de aard en omvang van de risico’s waaraan werknemers in de organisatie worden blootgesteld.  

Gevraagd en ongevraagd advies

Naast het opstellen van de RI&E en de maatregelen van het plan van aanpak, kan de preventiemedewerker gevraagd en ongevraagd advies geven over het arbobeleid van de organisatie. Dit kan gaan over de volgende onderwerpen:

  • Gezondheid en veiligheid voor werknemers op de werkvloer;
  • Preventie van gezondheidsklachten en verzuim door de werkomstandigheden;
  • Bijdragen aan het vergroten van de duurzame inzetbaarheid.

Daarnaast is de preventiemedewerker aanspreekpunt voor in- en externe arboprofessionals zoals de ondernemingsraad en de bedrijfsarts.

Bijlagen bij dit bericht