VERDIEPINGSARTIKEL

OR heeft flinke vinger in de pap bij keuze preventiemedewerker

Sinds vorig jaar heeft uw OR instemmingsrecht op de invulling, omvang en de positie van de functie van de preventiemedewerker én op de persoon. Als coördinator op het gebied van veilig en gezond werken is de preventiemedewerker een belangrijke partner voor uw OR. Zo werkt hij mee aan het opstellen van risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) en adviseert hij de OR, bedrijfsarts en arbodienst over het arbobeleid. Welke kenmerken heeft een goede preventiemedewerker?


25 november 2019 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement online i.s.m. Eveline Janse, communicatieadviseur bij Everlution, e-mail: eveline@everlution.nl, www.everlution.nl


Een preventiemedewerker is een werknemer die zich, naast zijn werkzaamheden vanuit zijn reguliere functie, bezighoudt met het voorkomen van ongevallen en gezondheidsschade bij werknemers. Zijn positie is vergelijkbaar met die van een bhv’er; hij vervult een extra rol binnen uw organisatie. De Arbowet verplicht werkgevers om een preventiemedewerker aan te stellen. In organisaties tot en met 25 werknemers mag de directeur de rol zelf op zich nemen. Is er nog geen preventiemedewerker aangesteld in uw organisatie, trek dan aan de bel bij uw bestuurder!

Verschil

Uw OR heeft dankzij het instemmingsrecht (artikel 27, lid 1d WOR) een serieuze vinger in de pap als het gaat om het aanstellen van de preventiemedewerker. Maar wat zijn nu precies de taken van een preventiemedewerker? Wat moet een preventiemedewerker kunnen en hoeveel tijd kost de uitvoering van de functie? De omvang van de rol van de preventiemedewerker en de bijbehorende taken, verschillen per organisatie. De invulling van de functie hangt sterk samen met de omvang, werkzaamheden en werkprocessen en de bijbehorende risico’s. De inzet (taken, benodigde tijd) en daarmee ook de noodzakelijke kennis en vaardigheden variëren dus ook per organisatie. Het door TNO ontwikkelde Profiel voor Preventiemedewerkers (zie profiel.inpreventie.nl) is een handige tool voor een eerste inschatting.

Taken

De Arbowet definieert drie minimale, vaste taken voor de preventiemedewerker:

  • Het meewerken aan het opstellen van een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) en plan van aanpak (PvA).
  • Het adviseren aan en samenwerken met de bedrijfsarts, de arbodienst en de personeelsvertegenwoordiging of OR over de verbetermaatregelen met betrekking tot het arbobeleid.
  • Het (helpen) uitvoeren van de maatregelen (PvA) die volgen uit de RI&E.

In overleg kunnen de taken worden uitgebreid. Denk bijvoorbeeld aan het (helpen) opstellen van procedures of het geven van voorlichting over veilig en gezond werken. Ook de registratie van bedrijfsongevallen en incidenten kan de preventiemedewerker op zich nemen.

Taken slim verdelen en kennis uitwisselen

In het kader van de vertegenwoordiging van de diverse functiegroepen, is het zeker in grotere organisaties aan te bevelen om de taken te spreiden over meerdere preventiemedewerkers en verschillende afdelingen of vestigingen. Zo blijft de omvang van het preventiewerk te overzien én kunnen de preventiemedewerkers kennis over de verschillende bedrijfsonderdelen uitwisselen en combineren. Dat verkleint ook de kans dat een preventiemedewerker die zelf werkzaam is in bijvoorbeeld de productie, aandachtspunten voor het kantoorwerk over het hoofd ziet.

Risico’s

Eén van de belangrijkste taken van de preventiemedewerker is om mee te werken aan het opstellen van RI&E. De RI&E vormt de basis voor het arbobeleid. Uw OR heeft instemmingsrecht op de keuze van het RI&E-instrument en het plan van aanpak. Op de site van Steunpunt RI&E (rie.nl) vindt u een kort filmpje dat u snel een beeld geeft van wat een RI&E inhoudt. De RI&E brengt in kaart welke risico’s werknemers lopen bij hun werkzaamheden. Dit zijn:

  • fysieke risico’s; zware fysieke belasting door onder andere tillen, duwen en trekken, maar ook fysieke problemen die kunnen ontstaan door beeldschermwerk en repeterende handelingen.
  • emotionele risico’s; werkdruk, pesten, discriminatie, seksuele intimidatie en agressie (ook wel bekend onder de term psychosociale arbeidsbelasting (PSA)).
  • omgevingsrisico’s; de werkplek, machines en (transport) middelen brengen risico’s met zich mee, zoals snijden, valgevaar, vallende onderdelen en aanrijdingen. Daarnaast is er aandacht voor fysische factoren, zoals lawaai, werken in kou of hitte en gevaarlijke stoffen en straling.

De preventiemedewerker kan als onafhankelijke adviseur (artikel 13, lid 5 Arbowet) meer vertellen over de mogelijkheden en de voor- en nadelen van verschillende opties die er zijn om een RI&E uit te voeren.

Competenties

Om de taken goed uit te kunnen voeren, moet de preventiemedewerker beschikken over een aantal competenties. Zo moet hij goed inzicht hebben in de werkprocessen en basiskennis bezitten over arbowetgeving. Om uw bestuurder vervolgens ook te kunnen overtuigen van de noodzaak om zijn advies op te volgen, moet de preventiemedewerker goed kunnen argumenteren. Daarnaast moet de preventiemedewerker natuurlijk ook de werknemers overtuigen van het belang om het gekozen beleid correct toe te passen én ze erop aanspreken als dit niet gebeurt. Hij heeft daarom ook de nodige communicatie- en sociale vaardigheden nodig. Door dit soort vereisten mee te nemen bij uw instemming, zorgt u ervoor dat uw bestuurder een preventiemedewerker aanstelt met de juiste competenties; eentje die z’n mannetje staat. Uw OR kan er eventueel ook op aandringen dat de preventiemedewerker scholing of training aangeboden krijgt om zijn kennis en vaardigheden te verbeteren. Is er eenmaal een preventiemedewerker aangesteld, zoek dan de samenwerking op. Samen zorgt u immers voor goede arbeidsomstandigheden voor de werknemers. Uw OR weet als geen ander tegen welke zaken uw achterban aanloopt, wat er beter kan en hoe. Zet op een rij welke punten de OR belangrijk vindt en bespreek die met de preventiemedewerker.

Continue

Let er ook op dat het beleid actueel blijft. Veranderingen zoals reorganisaties, een verhuizing of een verbouwing veranderen vaak ook de arbeidsomstandigheden van werknemers. Bekijk bij veranderingen of er mogelijkheden zijn om aanpassingen door te voeren waardoor risico’s verminderen of zelfs helemaal verdwijnen. Laat bij bijvoorbeeld de inkoop van nieuwe machines direct kijken naar de geluidsniveaus en isolatiemogelijkheden. Bij de herinrichting van een ruimte kan de aanpassing van de indeling en looproutes soms de fysieke belasting verlagen. Veilig en gezond werken heeft dus continue aandacht nodig. Zet veilig en gezond werken daarom als vast punt op de agenda en vraag de preventiemedewerker om aan te sluiten bij (een deel van) het OR-overleg. De RI&E en het plan van aanpak vormen de basis voor de actiepunten. Samen kunt u vaart zetten achter de uitvoering van het arbobeleid en – als dat nodig is – uw werkgever wijzen op zijn verplichtingen in het kader van goed werkgeverschap.

Draagvlak creëren

Om de betrokkenheid van werknemers bij veilig en gezond werken te vergroten, kan uw bestuurder een groep werknemers betrekken bij het opstellen van de RI&E. Als uw bestuurder werknemers de kans biedt om zelf mee te denken over mogelijke maatregelen om risico’s te voorkomen, creëert hij draagvlak en zullen ze de maatregelen beter accepteren. De preventiemedewerker kan hiervoor het initiatief nemen en het project coördineren. U kunt uw initiatiefrecht inzetten (artikel 23, lid 3 WOR).