VERDIEPINGSARTIKEL

Samenwerking tussen de preventiemedewerker en de arbodienst

Eén van de drie wettelijke taken van de preventiemedewerker is het samenwerken met én adviseren aan de arbodienst, de bedrijfsarts en andere kerndeskundigen. De werkgever moet een basiscontract met de arbodienst sluiten. In dit basiscontract moet invulling gegeven worden aan deze wettelijke taak van de preventiemedewerker.


17 mei 2021 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


De inhoud van het basiscontract is daarmee een belangrijk onderwerp voor de preventiemedewerker. Die bepaalt namelijk de grenzen waarbinnen de preventiemedewerker aanspraak kan maken op de samenwerking met de arbodienst, de bedrijfsarts en de andere aangesloten kerndeskundigen.

Preventiemedewerker moet invloed uitoefenen op het basiscontract

De preventiemedewerker doet er daarom verstandig aan om de werkgever te adviseren over de inhoud van het basiscontract. De preventiemedewerker is goed op de hoogte van de arbeidsrisico’s binnen de organisatie. Een duidelijk, goed gemotiveerd advies kan een werkgever helpen bij het maken van goede afspraken met de arbodienst.

De ondernemingsraad (OR) heeft instemmingsrecht op de inhoud van het basiscontract. Dat betekent dat de OR een belangrijke bondgenoot is voor de preventiemedewerker. Mocht de werkgever andere afspraken willen maken dan de preventiemedewerker adviseert, kan de OR op die onderwerpen wat gewicht in de schaal leggen.

Overleg met de arbodienst

De vier kerndeskundigen die in het Arbobesluit zijn benoemd om werkgevers te ondersteunen zijn:

  • de bedrijfsarts;
  • de veiligheidskundige;
  • de arbeidshygiënist; en,
  • de arbeids- en organisatiekundige

In de meeste gevallen betrekt de werkgever al deze diensten van één gecertificeerde arbodienst. Daarnaast kan de arbodienst nog over andere professionals beschikken. Denk aan een casemanager die gespecialiseerd is in het begeleiden van verzuimsituaties, een arbo-arts, een ergonoom of een arboverpleegkundige (verdiepingsartikel).

Wettelijk is vastgelegd dat de preventiemedewerker moet samenwerken met én adviseren aan de arbodienst, bedrijfsarts en kerndeskundigen. Maar als een overleg met de andere professionals een belangrijke bijdrage kan leveren aan preventie, kan dat goede reden zijn voor de werkgever om daar ook afspraken over te maken met de arbodienst.

De OR moet instemmen met de maatwerkregeling

De werkgever moet deskundige ondersteuning hebben bij het nakomen van de arboverplichtingen. Onder de vangnet­regeling koopt hij dit in bij een gecertificeerde arbodienst. De dienst beschikt over de vier kerndeskundigen die de wettelijke taken mogen uitvoeren.

 

Onder de maatwerkregeling mag de werkgever zelf de kerndeskundigen kiezen die hij nodig heeft. De werkgever kan niet zomaar besluiten de maatwerkregeling te gebruiken. Daarvoor moet voldaan zijn aan één van de twee volgende voorwaarden:

  • De mogelijkheid van maatwerk moet nadrukkelijk zijn vastgelegd in de cao.
  • Er moet overeenstemming zijn met de OR of personeelsvertegenwoordiging (PVT). 

Overleg met de bedrijfsarts

In het basiscontract moet staan hoe het overleg van de bedrijfsarts met de preventiemedewerker is geregeld. Daar kan de preventiemedewerker een voorstel voor doen: zowel voor de wijze waarop, als voor de frequentie van dit overleg.

De preventiemedewerker moet kunnen overleggen met de bedrijfsarts zelf. De bedrijfsarts kan deze taak niet beleggen bij een andere medewerker van de arbodienst.

De advisering en de samenwerking werkt twee kanten op. De preventiemedewerker beschikt over meer kennis van de organisatie, de arbeidsrisico’s van het werk en de bedrijfscultuur. Hij kan de bedrijfsarts daar over informeren.

De bedrijfsarts kan vanuit zijn expertise adviseren over een preventieve aanpak. Samen kunnen ze tot oplossingen komen voor een goede verzuimpreventie, het voorkomen van beroepsziektes, het verminderen van werkstress et cetera.

Het overleg tussen de bedrijfsarts en de preventiemedewerker gaat nooit over individuele verzuimsituaties. Dat is in strijd met het medisch beroepsgeheim van de bedrijfsarts en met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Dat neemt niet weg dat wel gesproken kan worden over het algemene beeld bij ziekteverzuim: wat zijn veelvoorkomende oorzaken en hoe nemen we de oorzaken daarvan weg?

Overleg met de veiligheidskundige

Een veiligheidskundige is gespecialiseerd in het herkennen en voorkomen alle bedrijfsmatige situaties die risico opleveren voor letsel aan personen of schade aan voorwerpen. Hij licht hiertoe de gehele organisatie door.

Zijn expertise is niet alleen onmisbaar, maar ook verplicht bij bijvoorbeeld de totstandkoming van de risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E). Bij specifieke werkzaamheden, zoals bijvoorbeeld bij het gebruik van werkbakken en werkplatforms is de betrokkenheid van de veiligheidskundige ook wettelijk verplicht. De werkzaamheden mogen dan niet aanvangen zonder een schriftelijk werkplan van de veiligheidskundige.

De preventiemedewerker kan advies vragen én geven aan de veiligheidskundige over nieuwe of gewijzigde arbeidsrisico’s die hij constateert. De veiligheidskundige kan in zijn plaats de preventiemedewerker advies geven over arbeidsrisico’s die de preventiemedewerker gemist heeft.

Overleg met de arbeidshygiënist

De arbeidshygiënist heeft tot taak om te bevorderen dat medewerkers kunnen werken zonder schade aan de gezondheid of  het welzijn te ondervinden. De taken van een veiligheidskundige en een arbeidshygiënist overlappen elkaar.  

Het werk van de arbeidshygiënist richt zich echter meer op het voorkomen van langetermijngezondheidsrisico’s, terwijl de veiligheidskundige zich in de regel meer met directe, operationele arbeidsrisico’s bezig houdt.

De wetenschap van de arbeidshygiëne is met name gericht op het herkennen, evalueren en beheersen van met name fysische, chemische en biologische factoren.

Fysische belasting: geluid, trillingen, klimatologische factoren (warmte, koude, relatieve vochtigheid, ruimteventilatie), ioniserende en niet-ioniserende straling, verlichting.

Biologische belasting: blootstelling aan (en infecties door) levende biologische agentia, zoals bacteriën, virussen, parasieten, amoeben, als ook de genetisch gemodificeerde varianten en de uitscheidingsproducten daarvan.

Chemische belasting: blootstelling aan stoffen in brede zin zoals blootstelling aan gassen, dampen of stof, maar ook huidblootstelling en mogelijke orale opname.

Fysieke belasting: dynamische belasting en statische belasting.

De arbeidshygiënische strategie houdt in dat bij het toepassen van beheersmaatregelen een hiërarchische volgorde dient te worden gevolgd.

De preventiemedewerker kan advies vragen én geven aan de arbeidshygiënist over bijvoorbeeld de keuze van de te nemen beheersmaatregelen of het maken van de juiste keuze uit persoonlijk beschermingsmiddel (PBM). Een PMB moet immers niet alleen aan de wettelijke voorschriften voldoen, maar ook zo gebruiksvriendelijk mogelijk zijn voor de werknemers.

Overleg met de arbeids- en organisatiekundige (a&o)

De arbeids- en organisatiedeskundige adviseert en begeleidt organisaties bij het gezond en gemotiveerd inzetbaar houden van medewerkers. Bevlogenheid, vitaliteit en duurzame inzetbaarheid zijn hierbij belangrijke onderwerpen. Daarnaast is er aandacht voor omgaan met verzuim binnen de organisatie, met bijzondere aandacht voor werkstress.

De functie van arbeids- en organisatiedeskundige overlapt enigszins met die van de bedrijfsarts, omdat die zich ook bezig houdt met verzuim en duurzame inzetbaarheid.

De preventiemedewerker kan de arbeids- en organisatiedeskundige veel vertellen over de cultuur binnen de organisatie, de motivatie van de gemiddelde medewerker en de rol die het management daarbij speelt. Met zijn kennis van de inhoud van het werk kan de preventiemedewerker daarnaast een goede bron van informatie zijn over belastende factoren in het werk.

De arbeids- en organisatiedeskundige kan de preventiemedewerker veel vertellen over de aanpak en preventie van psychosociale arbeidsbelasting (PSA), een goed beleid om duurzame inzetbaarheid te bevorderen et cetera.



Meer informatie over de preventiemedewerker vindt u in de toolbox Zo maakt u werk van de preventiemedewerker.