VERDIEPINGSARTIKEL

Samenwerking tussen de preventiemedewerker en de ondernemingsraad

Eén van de taken van de preventiemedewerker is samenwerken met en adviseren aan de ondernemingsraad (OR) of de personeelsvertegenwoordiging (pvt). De OR kan flink wat invloed uitoefenen op de arbomaatregelen binnen de organisatie. De samenwerking met de ondernemingsraad is daarom een belangrijk onderwerp voor iedere preventiemedewerker.


27 mei 2021 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online en Simon Troost, eigenaar van adviesbureau AdviceSelect, e-mail: info@adviceselect.nl


De ondernemingsraad kan de positie van de preventiemedewerker versterken en vice versa. Een preventiemedewerker doet er daarom goed aan om regelmatig afstemming te zoeken met de ondernemingsraad en informatie uit te wisselen. 

Daarnaast speelt de OR een belangrijke rol bij de invulling van het functieprofiel, plek in de organisatie en de keuze voor de persoon van de preventiemedewerker. Reden temeer voor de preventiemedewerker om zichzelf én de meerwaarde van zijn werkzaamheden goed zichtbaar te maken bij de OR. 

Rol van de ondernemingsraad

De preventiemedewerker moet allereerst in gesprek over de rol die de ondernemingsraad voor zichzelf ziet weggelegd. Wil de OR invloed uitoefenen op het strategische arbobeleid, een meer toetsende rol hebben of meedenken over de details?

De ondernemingsraad kan daarnaast een bron van informatie zijn. De OR-leden hebben contact met de werkvloer, signaleren knelpunten, krijgen signalen van werknemers en ervaren zelf of maatregelen in de praktijk werken. Het is goed als een preventiemedewerker hier regelmatig naar informeert.

Een goede samenwerking kan veel opleveren. De preventiemedewerker heeft een adviserende rol, veel praktijkkennis en kan zaken regelen. De ondernemingsraad heeft vanuit de WOR en de arbowetgeving een sterk wettelijk kader om invloed uit te oefenen: vanuit de Arbowet is er veel invloed op deskundige bijstand, voor specifieke risico’s vanuit het Arbobesluit.

Bezoek van Inspectie SZW 

Een inspecteur van de inspectie SZW (infographic) kan besluiten de organisatie (aangekondigd of onaangekondigd) te bezoeken. Dit kan na een bedrijfsongeval, naar aanleiding van een klacht of bij een gerichte controle in de sector. De ondernemingsraad moet daarbij betrokken worden.

 

  • De OR heeft het recht om mee te lopen en de inspecteur ‘onder vier ogen’ te spreken. De preventiemedewerker heeft deze wettelijke rechten niet, maar zal vanuit zijn taak hier wel bij betrokken zijn. 
  • De OR ontvangt van de rapportage van Inspectie SZW. De preventiemedewerker en de OR doen er verstandig aan om deze rapporten samen te bespreken. De preventiemedewerker kan toelichting geven op de inhoud. De preventiemedewerker en de OR kunnen gezamenlijk een voorstel doen voor passende maatregelen aan de werkgever.

Zorg voor een duidelijke rol- en taakverdeling

Het vakgebied arbeidsomstandigheden is erg uitgebreid. Het is daarom raadzaam hiervoor een apart overleg in te stellen. De preventiemedewerker en de OR moeten goede afspraken maken over de rol- en taakverdeling tijdens deze overleggen. Spreek af welke bevoegdheden de verschillende deelnemers hebben.

Als de ondernemingsraad met een delegatie uit de ondernemingsraad of een VGWM-commissie werkt, vraag dan na welke rol de afgevaardigden  hebben. Zijn de leden toehoorder, meedenker of beslisser namens de ondernemingsraad? Door dit vooraf duidelijk te hebben, voorkomt het dat de partijen in elkaars vaarwater gaan zitten of dat er misverstanden ontstaan.

De OR kan bijvoorbeeld een VGWM-commissie hebben. VGWM staat voor: veiligheid, gezondheid, welzijn en milieu. De leden van de commissie kunnen OR lid zijn maar ook ‘gewone’ werknemers die door de ondernemingsraad zijn gevraagd.

De ondernemingsraad kan zijn rechten en bevoegdheden uit de WOR bij deze onderwerpen, geheel of gedeeltelijk aan de VGWM-commissie overdragen. Die overdracht van bevoegdheden is uiteraard belangrijke informatie voor de preventiemedewerker.

Welzijn heet tegenwoordig psychosociale arbeidsbelasting

Sinds 2007 is het begrip ‘welzijn’ in de wet vervangen door ‘psychsociale arbeidsbelasting (PSA)’. De afkorting VGWM is echter zo ingeburgerd dat deze nog veel wordt gebruikt voor de naam van arbocommissies van de OR.

 

Psychosociale belasting is belasting door ongewenst gedrag (seksuele intimidatie, agressie geweld, discriminatie en pesten) en werkdruk.

De preventiemedewerker kan ook door de OR worden uitgenodigd bij een OR-vergadering om bijvoorbeeld de stand van zaken rondom het preventiewerk toe te lichten of door kennis en expertise te delen over een specifiek overwerp. In dat geval is de rol van de preventiemedewerker die van adviseur en deskundige.

Tot slot moet de ondernemingsraad zich goed beseffen dat ook de preventiemedewerker wettelijke taken heeft. Samenwerken is een groot goed, maar de preventiemedewerker moet wel op onafhankelijke en zelfstandige wijze zijn werk kunnen uitvoeren. Goede afspraken over de rol- en taalverdeling kunnen hierbij helpen.

Tijdig betrekken van de ondernemingsraad

Bedenk bij iedere onderwerp een goed moment om met de OR in gesprek te gaan. Het is vaak handig om de OR vroeg te betrekken, zodat die continu van de stand van zaken rondom het preventiewerk op de hoogte is. 

De OR-leden kunnen dan tussendoor steeds hun kijk op de onderwerpen kenbaar maken. De preventiemedewerker en de OR kunnen hiermee rekening houden bij de uitvoering van hun werkzaamheden.

Maak duidelijke afspraken over tussentijdse overleg- en beslismomenten zijn en vraag commitment van de ondernemingsraad. Voorkom hiermee - ondanks een constante betrokkenheid bij het eindvoorstel – dat de ondernemingsraad alsnog niet instemt als de bestuurder de RI&E en het plan van aanpak of andere arbomaatregelen ter instemming voorlegt aan de OR.

Welke rechten en taken heeft de ondernemingsraad bij preventie?

Om een goed overleg met de ondernemingsraad mogelijk te maken, is het belangrijk dat de preventiemedewerker goed voor ogen heeft welke taken en bevoegdheden de ondernemingsraad heeft. De rechten van de ondernemingsraad zijn vastgelegd in de Wet op de ondernemingsraden (WOR) en in arbowetgeving.

 De ondernemingsraad heeft een informatierecht (artikel 31 en verder WOR). Hij kan alle informatie opvragen die voor zijn taak nodig is. Denk bijvoorbeeld aan ongevalscijfers, meetresultaten of overzichten van aanwezige gevaarlijke stoffen. Als de preventiemedewerker het toetsingsrapport van de RI&E ontvangt, moet hij de OR hiervan een afschrift geven.

Daarnaast heeft de OR adviesrecht (artikel 25 WOR) bij besluiten waar u vanuit uw expertise betrokken bent. Voorbeelden zijn: belangrijke investeringen, nieuwe technologische voorzieningen, verhuizingen en regelingen met betrekking tot het milieu.

Tot slot heeft de OR instemmingsrecht (artikel 27 lid 1 sub d WOR) bij het invoeren, wijzigen of intrekken van regelingen met betrekking tot arbeidsomstandigheden, verzuim en re-integratie.

Voorbeelden hiervan zijn de methode en wijze van uitvoeren van de RI&E (toolbox),  de uitvoering van het plan van aanpak, de organisatie van de bhv (toolbox), het opstellen, wijzigen of intrekken van een regeling voor persoonlijke beschermingsmiddelen en contracten met arbodienstverleners. Maar ook de taak, plaats in de organisatie en de keuze voor de persoon van de preventiemedewerker.

Bijzondere taken bij bijzondere risico’s

Bij bepaalde organisaties is sprake van bijzondere risico’s (tool). Denk hierbij aan biologische agentia, gevaarlijk stoffen en lawaai. Ook zijn er bijzondere groepen medewerkers (bijvoorbeeld zwangeren en jeugdigen). In het Arbobesluit is aanvullende regelgeving over deze risico’s opgenomen. Voor deze bijzondere risico’s en groepen moet een verdiepende RI&E worden opgesteld. Een verdiepende RI&E is een verdiepingsslag voor specifieke arbeidsrisico’s. 

Een voorbeeld: geluid

De ondernemingsraad heeft instemmingsrecht op de verdiepende RI&E gericht op het vaststellen van de geluidsniveaus.

 

De ondernemingsraad moet betrokken worden bij de keuze van de individuele gehoorbescherming. Vanuit het arbobesluit hebben ze dat recht en gebruiksvriendelijkheid is van belang voor hun achterban. De ondernemingsraad mag een oordeel geven over de wijze van meten, de resultaten en genomen maatregelen.

 

De preventiemedewerker kan hier een rol pakken en begrijpelijke uitleg geven aan de OR over de gemaakte keuzes.

De preventiemedewerker kan bij het bespreken van de verdiepende RI&E’s met de OR een belangrijke rol als deskundig arbospecialist pakken. Met kennis en expertise op het vlak van preventie kan de preventiemedewerker uitleg geven over het nut en de noodzaak van de inhoud van de verdiepende RI&E’s en – vanuit zijn wettelijke taak – advies geven.

Verdiepende RI&E wettelijk verplicht

In het arbobesluit staat beschreven wanneer een verdiepende RI&E wettelijk verplicht is.

 

Dit is bij:

  • jeugdige werknemers;
  • zwangere werknemers;
  • psychosociale arbeidsbelasting (PSA);
  • explosie- of brandgevaarlijke stoffen en toxische stoffen;
  • bouwwerkzaamheden;
  • explosiegevaarlijke atmosferen;
  • gevaarlijke stoffen in het algemeen;
  • kankerverwekkende stoffen;
  • asbest;
  • biologische agentia;
  • plaatsonafhankelijk werken met gevaarlijke stoffen;
  • fysieke belasting;
  • beeldschermwerk;
  • lawaai;
  • mechanische trillingen;
  • kunstmatige optische straling;
  • elektromagnetische velden; en,
  • persoonlijke beschermingsmiddelen. 



Meer informatie over de preventiemedewerker vindt u in de toolbox Zo maakt u werk van de preventiemedewerker.