VERDIEPINGSARTIKEL

Zorg als preventiemedewerker voor samenwerking met alle arbopartners

Een preventiemedewerker heeft veel invloed op het creëren van veilige en gezonde arbeidsomstandigheden. Hiervoor werkt hij samen met veel verschillende partijen, zoals de werkgever, de OR en arboprofessionals. Een preventiemedewerker doet er goed aan om aandacht te besteden aan een goede relatie met al deze partijen.


6 april 2021 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


Het succes van de preventiemedewerker hangt in grote mate af van hoe u samenwerkt met andere arboprofessionals, de werkgever en de ondernemingsraad. Investeer dus in een goede verstandhouding met alle arbopartners. In de Arbowet zijn diverse arbotaken omschreven. U kunt denken aan het opstellen en toetsen van de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E), uitvoeren van de bedrijfshulpverlening (BHV) en begeleiden van zieke werknemers.

Hieronder vindt u een overzicht van de arboprofessionals met wie de preventiemedewerker te maken krijgt. Meestal gaat het om interne arboprofessionals, maar ook externe arboprofessionals (zoals de arbodienst en de kerndeskundigen) komen aan bod. Zo weet u wat u van elke professional kunt verwachten!

Werkgever

De werkgever is verantwoordelijk voor een goede invulling van alle arbotaken. De Arbowet schrijft voor om de wettelijke arbofuncties – zoals die van de preventiemedewerker – zo veel mogelijk binnen de onderneming te vervullen. Voor andere taken moet de werkgever een (opgeleide) professional inschakelen, zoals de bedrijfsarts.

De preventiemedewerker moet de werkgever adviseren over de preventie, bescherming tegen arbeidsrisico's op de werkvloer en het voorkomen van verzuim. Hij heeft recht op een direct gesprek met de werkgever over deze onderwerpen. De preventiemedewerker moet zelfstandig en onafhankelijk van de werkgever zijn werk kunnen doen. De werkgever moet de preventiemedewerker faciliteren, door hem in staat te stellen naar behoren het werk als preventiemedewerker uit te voeren.

Ondernemingsraad (OR) en personeelsvertegenwoordiging (PvT)

De ondernemingsraad en de PvT hebben instemmingsrecht bij de keuze van de preventiemedewerker. De OR heeft verder instemmingsrecht op de functie-inhoud, -omvang en -invulling van de preventiemedewerker en tegenwoordig zelfs over de keuze voor degene die de functie gaat vervullen.

Na de aanstelling van de preventiemedewerker(s) moet met de OR samengewerkt worden. De OR en PvT hebben immers op veel arbo-onderwerpen instemmingsrecht (artikel 27, eerste lid WOR). 

Arbocommissie OR

De OR heeft misschien een aparte arbo­commissie in het leven geroepen om zich te verdiepen in het arbobeleid van de organisatie. De arbocommissie heet vaak ook wel VGWM-commissie: veiligheid, gezondheid, welzijn en milieu. De commissie houdt zich bezig met de volgende taken:

  • risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E);
  • bespreken van de verzuimcijfers;
  • onderhouden van contact met Inspectie SZW;
  • bespreken van milieu- en energiebesparingsbeleid en maatregelen.

De OR moet instemmen met de maatwerkregeling

De werkgever moet deskundige ondersteuning hebben bij het nakomen van de arboverplichtingen. Onder de vangnet­regeling koopt hij dit in bij een gecertificeerde arbodienst. De dienst beschikt over de vier kerndeskundigen die de wettelijke taken mogen uitvoeren.

 

Onder de maatwerkregeling mag de werkgever zelf de kerndeskundigen kiezen die hij nodig heeft. De werkgever kan niet zomaar besluiten de maatwerkregeling te gebruiken. Daarvoor moet voldaan zijn aan één van de twee volgende voorwaarden:

 

  • De mogelijkheid van maatwerk moet nadrukkelijk zijn vastgelegd in de cao.
  • Er moet overeenstemming zijn met de OR of personeelsvertegenwoordiging (PVT).

 Als de OR niet instemt met maatwerk, kan de werkgever hiertegen niet in beroep gaan bij de rechter. Hij moet dan een contract afsluiten met een arbodienst.

Bedrijfshulpverleners

Een andere verplichte interne functie is die van de bedrijfshulpverlener. De taken van deze arbodeskundige zijn:

  • eerste hulp verlenen bij ongevallen;
  • (beginnende) brand beperken en bestrijden;
  • gevolgen van ongevallen beperken;
  • in noodsituaties alle aanwezigen in de onderneming alarmeren en evacueren.

BHV’ers zijn niet alleen uitvoerders van deze taken; ze denken vaak ook mee over het beleid. Ze zijn voor u dus een praktische sparringpartner. Werkt u in een grotere organisatie, dan zijn er vaak veel arbotaken en -uitdagingen.

Arbocoördinator

De werkgever kan overwegen om een arbocoördinator aan te stellen. Dit is niet wettelijk verplicht, maar kan wel heel waardevol zijn – ook. De arbo­coördinator heeft de volgende taken, vaak in combinatie met het milieubeleid (inclusief energie):

  • verschillende arbotaken coördineren.
  • arbobeleid opstellen.

Vertrouwenspersonen

De functie van vertrouwenspersoon is niet wettelijk verplicht, maar wel erg nuttig. Of het nu gaat om pesten, agressie, seksuele intimidatie, werkstress of relatie­problemen thuis: de vertrouwenspersoon luistert en geeft praktisch advies, zoals doorverwijzingen naar instanties of een arts. Uiteraard gaat hij vertrouwelijk om met alle informatie.

Ook geeft de vertrouwenspersoon voorlichting over ongewenst gedrag en adviseert hij hierover. Een vertrouwenspersoon is vaak een eigen werknemer die deze rol vervult naast zijn ‘eigenlijke’ functie, maar een externe vertrouwenspersoon via de arbodienst is ook een optie.

Kerndeskundigen

Ook de samenwerking met externe arboprofessionals is van belang. In principe moet iedere onderneming met werknemers aangesloten zijn bij een gecertificeerde arbodienst. Deze vervult bepaalde kern­taken, zoals over de RI&E adviseren en deze toetsen. Ook bij verzuimbegeleiding en re-integratie vervult de arbodienst een grote rol.

Om alle wettelijke kerntaken te kunnen verrichten, moet een gecertificeerde arbodienst vier kerndeskundigen in dienst hebben, namelijk:

  • De bedrijfsarts; ondersteunt de werk­gever bij het verzuim- en re-integratiebeleid. Ook voert hij aanstellingskeuringen en medische keuringen uit.
  • De veiligheidskundige; heeft kennis van uiteenlopende veiligheidsrisico’s (van gevaarlijk werk tot werken met explosieve stoffen) waaraan werknemers blootgesteld kunnen worden.
  • De arbeidshygiënist; heeft kennis van belastende factoren in de werkomgeving, die op langere termijn schade kunnen aanrichten aan de gezondheid. Denk aan blootstelling aan werken met schadelijke stoffen en aan geluid.
  • De arbeid- en organisatiedeskundige; inventariseert en analyseert de inhoud en organisatie van arbeid. Ook kijkt hij naar organisatiebrede problemen met bijvoorbeeld werkdruk of agressie.

Ieder van de kerndeskundigen kan adviseren over de RI&E en mag deze toetsen. Wie van hen dit het beste kan doen, hangt af van de risico’s die werknemers lopen. De bedrijfsarts is niet alleen een bron van medische kennis, hij weet ook veel over het arbobeleid en de risico’s in uw onderneming.

Inspectie SZW

Inspectie SZW houdt onder meer toezicht op de wet- en regelgeving op het gebied van de arbeidsomstandigheden en -tijden. Een belangrijke reden om contact te onderhouden met Inspectie SZW is om problemen te voorkomen. Zo kan een preventiemedewerker voorkomen dat een controle (infographic)  door de Inspectie verkeerd uitpakt.

Identificeer de casemanagers in uw organisatie

Een casemanager is vaak geen professional én heeft strikt genomen geen arbotaken. Toch is het goed om hem te noemen. De Wet verbetering poortwachter (WVP) verplicht werkgevers namelijk om een casemanager toe te wijzen aan een werknemer die acht weken ziek is.

 

De casemanager bewaakt het tijdpad voor re-integratie en zorgt dat iedereen zich aan de afspraken houdt. Vaak voert de direct leidinggevende deze taak uit. Schakelt uw werkgever echter één of meer (professionele) casemanagers van de arbodienst in, dan ligt samenwerking voor de hand. De casemanager kan u informeren over het re-integratiebeleid.