Duidelijkheid over definitie woon-werkverkeer

In de Wet herziening fiscale behandeling woon-werkverkeer die bij het Belastingplan 2013 hoort, wordt een uitgebreide definitie gegeven van wat er onder het begrip ‘woon-werkverkeer’ valt. Daarvoor sluit het kabinet aan bij de definitie die voor de BTW geldt.

18 september 2012 | Door redactie

Als per 1 januari 2013 de mogelijkheid van onbelaste vergoedingen of verstrekkingen voor woon-werkverkeer komt te vervallen en woon-werkkilometers met de auto van de zaak als privékilometers worden aangemerkt, moet wel duidelijk zijn wat woon-werkverkeer dan precies is.

Ook woon-werkverkeer voor ambulante werknemers

Het lag voor de hand om de regels weer van stal te halen die tot en met 2003 in de loonbelasting golden voor woon-werkverkeer. Destijds was voor woon-werkverkeer ook al een beperktere vergoeding mogelijk dan voor zakelijke reizen. Onder de oude definitie vallen echter ook werknemers met een ambulant reisgedrag, met allerlei discussies als gevolg. Zo hebben bouwvakkers en thuiszorgmedewerkers geen vaste werkplek, maar wel een regelmatig reispatroon. Zelf hebben ze geen invloed op hun werkplek; die hangt af van het werkaanbod.

Definitie uit omzetbelasting als uitgangspunt

Sinds 1 juli 2011 moet voor auto’s van de zaak die ook privé worden gebruikt, BTW worden betaald over het privégebruik. Volgens de definitie die hierbij wordt gehanteerd, valt woon-werkverkeer ook onder privégebruik. Dat sluit mooi aan bij de bedoeling van de forensentaks. Daarom wordt deze definitie uit de BTW in de nieuwe wet als uitgangspunt gebruikt. Er zijn een aantal bepalingen aan toegevoegd die specifiek van belang zijn voor de loon- en inkomstenbelasting.