Eenmalige korting mogelijk binnen pensioen-bv

Bouwt een directeur-grootaandeelhouder (dga) het pensioen in eigen beheer op, dan hoeft hij onder voorwaarden niet fiscaal af te rekenen als hij besluit een eenmalige korting door te voeren vanwege tegenvallende beleggingsresultaten. Als zijn pensioenpot ontoereikend is, ontkomt hij immers soms niet aan een korting op de uitkering.

18 september 2012 | Door redactie

Net als veel pensioenfondsen hebben particuliere pensioen-bv’s te maken met tegenvallende beleggingsresultaten en daardoor een te lage dekkingsgraad. Omdat een pensioen-bv onder de Wet op loonbelasting valt en niet onder de Pensioenwet, is de dga verplicht het pensioen uit te keren dat is afgesproken. Korten gaat dus niet zomaar, maar daardoor kan het opgebouwde pensioen sneller op zijn. Bij verlaging van de uitkering moet de dga momenteel loonbelasting afdragen, plus 20% revisierente. Dit is overigens niet het geval bij een faillissement van de bv, schuldsanering of betalingsonmacht. Het kabinet vindt het echter ook niet nodig als er sprake is van ‘onderdekking’ bij uw pensioen-bv.

Overgangsregeling voor lopende pensioenen

Verlaging van de pensioenuitkering is alleen toegestaan als er een tekort is ontstaan vanwege reële beleggings- en ondernemingsverliezen en wordt pas goedgekeurd op de pensioeningangsdatum. Dat is dus het enige moment waarop een vermindering van pensioenaanspraken mogelijk is. Is het pensioen al ingegaan, dan geldt er voor de dga een overgangsregeling die tot en met 2015 loopt. In die periode kan er ook een eenmalige goedkeuring plaatsvinden tot vermindering van de pensioenuitkering.