Veel Kamervragen over de werkkostenregeling

De verschillende Tweede Kamerfracties hebben het Belastingplan 2015 met daarin de wijzigingen aan de werkkostenregeling (WKR) doorgenomen. Ze hebben allemaal wel een aantal op- en aanmerkingen, waar het ministerie van Financiën op vrijdag 17 oktober een eerste reactie op zal geven.

10 oktober 2014 | Door redactie

In het bericht ‘Wijzigingen WKR uitgewerkt in Belastingplan’ kon u al lezen over de aanpassingen aan de werkkostenregeling die per 1 januari 2015 op stapel staan. De Tweede Kamer vindt niet elke maatregel even duidelijk en heeft in het verslag van de Kamercommissie voor Financiën (doc) maar liefst 12 pagina’s met vragen over de WKR.

Profiteert het mkb van de administratieve lastenverlichting?

Zo wil de VVD-fractie bijvoorbeeld weten waarom de ministerraad heeft gekozen voor een vrijstelling voor producten uit eigen bedrijf en niet voor een fiets, fitness of bedrijfsuitje. De Kamerleden van de PvdA zijn juist blij met de personeelskorting voor eigen producten maar willen die graag uitbreiden naar bepaalde soorten werkkleding.
De SP heeft onder meer vragen over de beperking van de administratieve lasten door de aanpassingen aan de WKR en wil weten of ook het mkb hiervan profiteert. Ook wil de partij weten of vrijwilligersvergoedingen meetellen bij de bepaling van de vrije ruimte. Voor instellingen die veel met vrijwilligers werken, is dat belangrijke informatie.

Werknemers ervaren niet alles als beloningsvoordeel

Volgens de CDA-fractie is het hoog tijd dat de werkkostenregeling verplicht wordt. Tegelijkertijd vindt de partij dat het loonbegrip van de WKR niet meer aansluit bij wat maatschappelijk als loon wordt ervaren. De leden vragen de regering om te bevestigen dat de volgende onderdelen – die de meeste werknemers niet als beloningsvoordeel zien – onder de WKR tot het (al dan niet vrijgesteld) loon worden gerekend:

  • de werkplekinrichting, zoals het bureau, de bureaustoel en eventuele kamerplanten;
  • zakelijke apparatuur, zoals de vaste computer en printer op kantoor of een vaste telefoon;
  • kantoorartikelen, zoals postvakjes, papier, enveloppen en pennen;
  • toiletpapier en handzeep op kantoor;
  • een parkeerplaats bij de onderneming.