Verzuimboete bij afdrachtvermindering onderwijs

In de leerwerkovereenkomst die een werkgever, een opleidingsinstituut en een leerling met elkaar sluiten, moet straks een intentieverklaring komen te staan. Daarmee verklaren alle partijen dat het de intentie is om een volledige opleiding te volgen en deze met een erkend diploma af te sluiten. Een werkgever die niet aan zijn (administratieve) verplichtingen voldoet, riskeert een verzuimboete.

18 september 2012 | Door redactie

De regels voor toepassing van de afdrachtvermindering onderwijs worden een stuk strenger. Dit betekent onder meer dat alleen volledige opleidingen die met een erkend diploma worden afgerond, nog in aanmerking komen voor afdrachtvermindering. Daarnaast moet een intentieverklaring worden getekend.

Inhoud van de intentieverklaring

De intentieverklaring moet worden toegevoegd aan de beroepspraktijkvormingsovereenkomst (BOL en BBL), de onderwijsarbeidsovereenkomst (werkend leren op hbo-niveau) of de leerwerkovereenkomst (vmbo). Daarin moet ook worden gemeld:

  • welk deel van de opleiding wordt gevolgd (rekening houdend met vrijstellingen);
  • waaruit het te volgen deel bestaat (modules);
  • hoe lang de opleidingsduur is.

De werkgever moet de overeenkomst en bijlage bij de loonadministratie bewaren.

Verzuimboete voor werkgever

Verandert er tussentijds iets in de omvang of inhoud van het onderwijsprogramma, dan moet de verklaring worden aangepast. Een inhoudingsplichtige (werkgever) die de verklaring niet opstelt, niet tussentijds aanpast of niet bewaart bij de loonadministratie riskeert een verzuimboete van € 2.460, die kan oplopen tot maximaal € 4.920.