Wanneer is apparatuur in de WKR noodzakelijk?

In het Belastingplan 2015 is gespecificeerd wat er in het kader van de werkkostenregeling (WKR) precies wordt verstaan onder gereedschappen en onder communicatie- en computerapparatuur. Deze voorzieningen mag de werkgever onder voorwaarden vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen zonder dat hij rekening hoeft te houden met een eventueel privévoordeel voor de werknemer.

16 september 2014 | Door redactie

De beperkte invoering van het noodzakelijkheidscriterium die staatssecretaris Wiebes van Financiën begin juli aankondigde, bracht nogal wat vragen met zich mee. In het voorstel stond namelijk dat gereedschap en communicatie- en computerapparatuur niet tot het loon gerekend hoefden te worden. Welke voorzieningen hiermee precies bedoeld werden, was niet duidelijk. Het Belastingplan 2015 geeft antwoord op deze vragen.

Gereedschap kan meerdere keren gebruikt worden

De definitie van ‘gereedschap’ is aangescherpt. Volgens het Belastingplan 2015 zijn gereedschappen ‘gezamenlijke voorwerpen die voor het verrichten van een werkzaamheid nodig zijn’. Ze worden gebruikt om iets te maken, repareren of controleren en kunnen meerdere keren gebruikt worden. Hierbij kunt u denken aan het fototoestel van een fotograaf of de kwast van een schilder. Middelen die geen tweede keer gebruikt kunnen worden, zoals verf of schoonmaakmiddel, vallen niet onder de gereedschappen. Ook werkkleding en kantoormeubilair vallen niet onder de definitie.

Ook printer en dongel zijn communicatie- en computerapparatuur

Onder communicatie- en computerapparatuur vallen ICT-middelen zoals desktops, laptops, tablets en mobiele telefoons. Als een printer nodig is voor het uitvoeren van het werk, kan ook die onder het noodzakelijkheidscriterium vallen. Een belangrijke aanvulling is dat niet alleen de apparatuur zelf, maar ook de vergoedingen en verstrekkingen die er direct verband mee houden onder het criterium vallen. Hierbij kunt u denken aan een dongel of 4G-kaartje.
Software die niet noodzakelijk is voor het werk valt niet onder het noodzakelijkheidscriterium. Het privévoordeel van het gebruik van de software kunnen werkgevers dan onderbrengen in de vrije ruimte.