Weekers weet nog niet wat woon-werkverkeer is

Als de afschaffing van de onbelaste vergoeding en verstrekking van woon-werkverkeer per 2013 daadwerkelijk doorgaat, wordt het belangrijker dan ooit om een duidelijke afbakening te hebben van wat er precies onder woon-werkverkeer valt. Staatssecretaris Weekers van Financiën is er nog niet helemaal over uit.

13 augustus 2012 | Door redactie

In de hoofdlijnennotitie herziening fiscale regime kosten van woon-werkverkeer (pdf) – waarover u in het bericht ‘Afschaffing reiskosten is nog lang geen feit’ al kon lezen – staat onder meer dat woon-werkverkeer vanaf 2013 als privéverkeer telt en dus niet meer onbelast kan blijven. Om dit te kunnen invoeren, moet er wel een wettelijke definitie komen van wat precies woon-werkverkeer is. Er zijn immers veel verschillende manieren waarop werknemers naar hun werk kunnen reizen. Staatssecretaris Weekers wil graag één duidelijke definitie, maar hij weet niet of dit haalbaar is. Voor bepaalde beroepsgroepen gelden namelijk speciale omstandigheden. Vertegenwoordigers, bouwvakkers en thuiszorgmedewerkers hebben bijvoorbeeld steeds met een andere werkplek te maken, waar ze eigenlijk geen invloed op hebben.

Herinvoering 60-dagencriterium

Mogelijk wordt het zogenoemde 60-dagencriterium weer van stal gehaald. Dit houdt in dat er sprake is van woon-werkverkeer als een werknemer méér dan zestig dagen per jaar binnen 24 uur heen en weer reist tussen zijn woonplaats en een bepaalde werkplek. Deze regel gold tot en met 2003 voor woon-werkverkeer, waarvoor destijds ook een beperktere vergoeding mogelijk was dan voor zakelijke reizen. In het verleden is echter al gebleken dat deze definitie tot veel lastige uitzonderingen kan leiden, met allerlei rechtszaken en administratieve rompslomp als gevolg.

Alle reizen tussen woon- en contractueel werkadres

Het is ook een optie om de definitie aan te houden die in de BTW voor woon-werkverkeer geldt. Binnen de wet op de omzetbelasting wordt woon-werkverkeer namelijk al als privé aangemerkt. Hier geldt dat alle reizen tussen het woon- of verblijfadres en het vaste werkadres in de arbeidsovereenkomst als woon-werkverkeer tellen. Het dichtstbijzijnde bedrijfsadres zou dan kunnen worden aangewezen als vast werkadres. Het nadeel hiervan is dat het tamelijk eenvoudig is om te rommelen met de afspraken in het contract, zodat de werkelijke werkplek buiten de definitie valt.

Mogelijk een eigen definitie voor woon-werkverkeer

Omdat alle bestaande definities niet echt passend zijn, sluit Weekers niet uit dat hij met een nieuwe definitie komt voor woon-werkverkeer in de loon- en inkomstenbelasting. Hij voert nog overleg met de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB).