Hulp bij privacyvraagstuk cameratoezicht

Cameratoezicht is en blijft een heet hangijzer. Autoriteit Persoonsgegevens (het voormalige College Bescherming Persoonsgegevens) heeft daarom beleidsregels rond cameratoezicht gepubliceerd. De voorschriften geven uw organisatie handvaten voor het spanningsveld tussen cameratoezicht en privacy.

29 januari 2016 | Door redactie

Camera’s zijn een effectief middel om het kantoorpand en bedrijfseigendommen te bewaken. Maar tegelijkertijd kunnen beveiligingscamera’s inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van de mensen die uw organisatie filmt. De Wet bescherming persoonsgegevens (tool) komt dan al gauw om de hoek kijken. Autoriteit Persoonsgegevens heeft daarom de belangrijkste beleidsregels uit de Wet bescherming persoonsgegevens (WBP) en de Wet politiegegevens (WPG) omgezet in beleidsregels (pdf), voor zover deze van toepassing zijn op cameratoezicht. Er is ook een korte checklist (pdf) gepubliceerd met do’s en dont’s rond cameratoezicht.

Autoriteit Persoonsgegevens adviseert over cameratoezicht

In de beleidsregels leest u onder meer dat het inzetten van een camera noodzakelijk moet zijn voor wat uw organisatie ermee wil bereiken. Ook moeten mensen weten dat uw organisatie ze gaat filmen, nog voordat de opnames beginnen. Hoewel er geen aparte privacywetgeving is voor slimme camera’s zoals drones, geeft de Autoriteit Persoonsgegevens enkele tips voor het gebruik van deze specifieke apparaten. Bij sommige slimme camera’s is de kans op privacy-inbreuk juist kleiner, omdat zij pas beginnen met filmen als zij beweging of geluid detecteren.