Ongeoorloofde controle leidt tot Kamervragen

Het onderzoek van vakbond CNV dat aantoonde dat veel werkgevers de productiviteit van hun werknemers monitoren, heeft geleid tot Kamervragen. Uit de antwoorden van demissionair minister Koolmees van Sociale zaken en werkgelegenheid blijkt dat de ondernemingsraad (OR) de belangen van de werknemers goed moet behartigen.

4 juni 2021 | Door redactie

Onlangs bleek uit onderzoek van vakbond CNV dat één op de tien werkgevers de productiviteit van thuiswerkende werknemers in de gaten houdt met speciale software. Dit heeft geleid tot Kamervragen. Demissionair minister Koolmees van SZW gaf daarbij aan dat controle soms wel is toegestaan, maar alleen als het strikt noodzakelijk is en onder strenge voorwaarden die de privacy van werknemers beschermen. Dit geldt voor zowel de werkplek op de bedrijfslocatie als voor het werken vanuit huis. Ineens intensiever monitoren omdat werknemers vanuit huis werken, is dus niet toegestaan. Het vertrouwen tussen werkgever en werknemer is volgens de minister de basis voor een goede arbeidsrelatie.

Werknemer kan ook bij OR aankloppen over controle

Minister Koolmees stelde ook dat een werknemer met de werkgever in gesprek moet gaan als hij vermoedt dat de (digitale) controle te ver gaat en niet voldoet aan de voorwaarden in de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de Uitvoeringswet AVG (UAVG). Ook kan een werknemer bij de ondernemingsraad (OR) of de vertrouwenspersoon van de organisatie aankloppen. Komen de werknemers en de werkgever er – eventueel via de OR – niet uit, dan kunnen werknemers ook melding maken bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). In het uiterste geval kan de werkgever of de werknemer ook nog naar de kantonrechter stappen.

OR moet aan de bel trekken als controle ongeoorloofd blijkt

Voor een individuele werknemer kan het lastig zijn om een gesprek met de werkgever aan te gaan over de controle. De werknemer zit nu eenmaal in een afhankelijkheidspositie ten opzichte van de werkgever. Het is dus van belang dat de OR goed oplet of de controle geoorloofd is en dat dit ook geldt voor de praktische uitvoering ervan. Signaleert de OR dat de controle zijn doel voorbij schiet, dan moet de raad daarover aan de bel trekken bij de bestuurder én meedenken over eventuele alternatieven. De OR speelt immers een belangrijke rol bij het privacybeleid in de organisatie (artikel). Zo heeft de OR instemmingsrecht op het gebruik van voorzieningen die gericht zijn op of geschikt zijn voor waarneming van of controle op aanwezigheid, gedrag of prestaties van werknemers (artikel 27, lid 1l WOR).