OR let op privacy achterban bij gebruik eigen apparatuur

Werken op eigen apparaten heeft de voorkeur van sommige werknemers. Als een organisatie dit goedkeurt, doet de OR er goed aan om te controleren of de privacy van de werknemers is gewaarborgd.

4 juni 2018 | Door redactie

Het toestaan van het zogeheten ‘bring your own device’ (BYOD) kan organisaties aansprakelijk maken bij eventuele schade die ontstaat door het gebruik van privéapparatuur. Zo kan een virus van een privételefoon die een werknemer gebruikt voor werk via het bedrijfsnetwerk op privéapparaten van andere werknemers terechtkomen. Gebruiksregels kunnen uitkomst bieden, maar hebben mogelijk gevolgen voor de privacy van de achterban. Een slimme OR controleert of gebruiksregels instemmingsplichtig (tools) zijn.

Meten van prestaties van werknemers is instemmingsplichtig

De bestuurder hoeft niet altijd instemming te vragen aan de OR voor het instellen van regels voor het gebruik van eigen apparaten op werk. Dat is alleen het geval als er sprake is van de controle van werknemers of de verwerking van de persoonsgegevens van werknemers. Dit is vastgelegd in artikel 27, lid 1k en lid 1l van de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Eisen dat een apparaat een virusscanner heeft, is dus niet instemmingsplichtig. Het monitoren van internetgedrag daarentegen mag alleen met toestemming van de OR, omdat de bestuurder zo aanwezigheid, gedrag en prestaties van werknemers kan meten.

Lees meer over dit onderwerp in OR Rendement 06-2018 op pagina 25 en 26. Abonnees van OR Rendement ontvangen dit nummer dinsdag 5 juni per post.