Fout met proeftijd kost werkgever tienduizenden euro’s

Een proeftijdontslag voor een werkneemster die in haar proeftijd niet akkoord was gegaan met de geboden arbeidsvoorwaarden, was onterecht omdat het proeftijdbeding niet schriftelijk was overeengekomen. Dat oordeelde de rechtbank in Rotterdam onlangs.

13 juli 2021 | Door redactie

De betreffende werkneemster was via een vriendin geïntroduceerd bij de werkgever en nam – na een aanbod van de werkgever per WhatsApp – op staande voet ontslag bij haar vorige werkgever. Ze trad daarna op basis van een mondelinge arbeidsovereenkomst in dienst.

Aangifte van valsheid in geschrifte

Anderhalve maand later wilde de organisatie (die een juristenkantoor exploiteert) het contract schriftelijk vastleggen. Toen bleek er een verschil van mening te zijn over de contractduur. De werkgever dacht aan drie maanden, de werknemer meende dat onbepaalde tijd de afspraak was. Een vaste aanstelling was geen optie volgens de werkgever, maar nog dezelfde dag veranderde hij zijn standpunt: hij claimde dat ze toch een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd hadden afgesproken en beriep zich op de proeftijd van twee maanden (bij een kortdurend tijdelijk contract zou een proeftijd al verlopen zijn). Het vaste contract zou zelfs schriftelijk afgesproken zijn; hij zond haar een – mede door haar ondertekende – arbeidsovereenkomst toe. De werkneemster betwistte dat zij de arbeidsovereenkomst ondertekend had en deed aangifte van valsheid in geschrifte.

Handelen werkgever ernstig verwijtbaar

Bij de rechter bekende de werkgever dat de getekende arbeidsovereenkomst niet de gemaakte afspraken weergaf en dat de proeftijd niet was vastgelegd. Wel zou er volgens de werkgever mondeling afgesproken zijn dat het een tijdelijk contract betrof, maar was er op verzoek van de werkneemster, vanwege een hypotheekaanvraag, een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd opgesteld. De rechter oordeelde dat de werkgever ernstig verwijtbaar had gehandeld rondom het afspreken en opzeggen van de arbeidsovereenkomst. Een proeftijd kan alleen schriftelijk overeengekomen worden (tool). Een niet schriftelijk overeengekomen proeftijdbeding is per definitie nietig. De werkgever werd veroordeeld tot het betalen van een billijke vergoeding van € 55.000 (mede gebaseerd op de inkomensschade in een werkloosheidsperiode van negen maanden minus mogelijke uitkeringen), een schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 8.640 en een transitievergoeding voor ruim anderhalve maand dienstverband, ter hoogte van € 402,40.
Rechtbank Rotterdam, 8 juni 2021, ECLI (verkort): 5349