VERDIEPINGSARTIKEL

Herkennen en voorkomen van een bore-out onder werknemers

Burn-outklachten, daar bent u als arboprofessional alert op. Maar inmiddels speelt ook het omgekeerde: bore-out. Het wordt wel de nieuwe welvaartsziekte genoemd. Bore-out ontstaat door onderbelasting van de werknemer. De klachten die door deze aanhoudende verveling ontstaan, zijn vergelijkbaar met burn-outklachten. Uw aandacht is dus nodig.


6 november 2019 4 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement online.


Van de werknemers in Nederland heeft 16% burn-outklachten. Dat is niet hetzelfde als helemaal ‘opgebrand zijn’ waar het Engelse burn-out voor staat. Wel ervaren deze werknemers een onbalans: tussen wat ze móeten in hun werk en zelf mogen regelen áán hun werk. Het tegenovergestelde komt ook voor. Als aan werknemers lage eisen worden gesteld én ze weinig steun in het werk krijgen, kan dat klachten geven.

Gedragsstrategie

Dit verschijnsel heeft de titel bore-out gekregen. Wetenschappers spreken van aanhoudende verveling: boredom. Sommige coaches noemen het – onterecht – een epidemie (zie het kader beneden). Bore- outklachten lopen niet erg in het oog. Een werknemer heeft soms gedragsstrategieën om volledig bezet te lijken. Bijvoorbeeld deadlines zo ver vooruit zetten dat hij ruim op tijd het werk kan leveren (‘zie mij efficiënt zijn’), werk mee naar huis nemen om ’s avonds van huis naar de leidinggevende te mailen, of afspraken buiten de deur zo plannen dat weer naar het werk gaan zinloos is. Anderzijds zijn er werknemers die openlijk op het werk computerspelletjes doen. En gek genoeg negeren collega’s en leidinggevenden dat vaak! Bore-out heeft te maken met de aard en organisatie van het werk. Het is niet snel te verwachten bij buschauffeurs en schoonmakers. Die hebben geen marge in hun rooster. Maar bijvoorbeeld een kelner in een café kan zich wel een tijdje onzichtbaar maken. Bore-outklachten zijn er vooral bij kantoorwerk. De werknemer heeft meerdere taken, maar heeft tijd te over voor het afronden daarvan. Dan slaan collega’s en leidinggevenden niet aan op zo’n computerspel. Bovendien heeft zo’n werknemer in een grote organisatie vaak weinig overzicht over het geheel. Een verpleegster werkt vaak in een complex geheel, maar ziet meestal wél direct resultaat van haar bijdrage. Dat mist de kantoorwerker nogal eens.

Bore-outklachten voor 6% van de werknemers

In 2007 verscheen het eerste boek over bore-out. De auteurs – twee Zwitserse managers – schatten dat in de dienstverlening wel 15% van de werknemers getroffen zouden zijn. Dat getal is een eigen leven gaan leiden en consultants gebruiken het graag. De Nederlandse Enquête Arbeidsomstandigheden meet bore-outklachten (nog) niet. Diverse bureaus voor onderzoek onder werknemers peilen het wel, maar komen tot verschillende cijfers. Professor Schaufeli deed betrouwbaar onderzoek (in Leuven, België): in 2017 bevroeg hij 1.500 respondenten over werkbeleving. Van de Vlamingen loopt 5,9% risico een bore-out te ontwikkelen, vooral de groep 18- tot 34-jarigen. Dit geldt waarschijnlijk ook voor Nederland.

Vragenlijst

In de nieuwsberichten wordt bore-out zeer verschillend geduid: verveling op het werk met als gevolg ziekte. Mensen spreken ook wel van (vermeende) hoogbegaafdheid zonder voldoende uitdaging, of van weinig zelfvertrouwen met hoog perfectionisme. De wetenschap hanteert de erkende vragenlijst van de Utrechtse professor Schaufeli: dé autoriteit wat betreft burn-out, bore-out en klachten. Enkele voorbeelden van vragen, met percentages antwoorden uit Vlaanderen:

  • Op het werk kruipt de tijd voorbij: 12%
  • Ik verveel me op mijn werk: 5%
  • Als ik werk, lijkt het of er geen einde aan de dag komt: 7%.

De wetenschappers waarschuwen: boreout komt niet (alleen) door iemands persoonlijkheid. De moderne, soms anonieme, werkomgeving werkt het in de hand. Bore-out is ernstig voor de werknemers die het treft. Ze komen vaak in een vicieuze cirkel, krijgen faalangst en ontwijken collega’s. De klachten kunnen leiden tot depressie of klachten gelijk aan een burn-out. In de organisatie groeien irritaties, er is ziekteverzuim met vage klachten en productieverlies.

Leidinggevende

De leidinggevende die een trage werknemer aanspreekt op zijn ‘mentaliteit’, loopt het risico ongewenste gedragsstrategieën bij die persoon in de hand te werken. Anderzijds noemen mensen met boreoutklachten vaak de leidinggevende als (mede)schuldige, omdat die hun geen werk zou geven. Een goede leidinggevende kan hiermee omgaan. In opleidingen voor managers wordt altijd benadrukt: ken uw werknemer! Een ‘goede baas’ weet welke werknemer structuur en precieze opdrachten nodig heeft, en welke juist opbloeit bij zelfstandig werken en eigen verantwoordelijkheid. Nog belangrijker is de rol van het team. In een hechte groep met goede samenwerking en warme verhoudingen krijgt bore-out waarschijnlijk geen kans. Dat bereiken is mede een opgave voor de leidinggevende: hij moet het geheel aansturen, op zo’n manier dat mensen elkaar aanspreken en steunen zónder opdracht van hem. Als arboprofessional wijst u de werkgever dus op het belang van leiderschap en teamvorming. U bevordert dat werknemers weet hebben van de gehele organisatie, niet alleen hun eigen afdeling.

Betrek bedrijfsarts bij in kaart brengen bore-out

Onderbelasting krijgt in de bedrijfsgeneeskunde steeds meer aandacht, want burn-out kan het gevolg zijn. De bore-out kan leiden tot een burn-out van de werknemer. De bedrijfsarts weet dat overmatig alcoholgebruik, roken, drugsgebruik en lage zelfdunk kunnen duiden op dreigende bore-out. Bijna elke bedrijfsarts is geschoold wat betreft het sociaalpsychologisch model van ‘nodig evenwicht tussen taakeisen en middelen’. Met een klein aantal vragen in het gesprek kan de bedrijfsarts de waarschijnlijkheid van burn-out of bore-out inschatten. Het vervolg kan een testje zijn. Verder scheidt hij medische van de sociale problematiek. Zo kan hij mediation aanraden om de verhouding tussen de werknemer en anderen weer op orde te krijgen.

Aanpak

Wat kunt u nog meer doen? U kunt allereerst nagaan of en hoe bore-out speelt binnen uw arbeidsorganisatie: u heeft daarvoor nu diverse aandachtspunten gekregen. Geef uw ogen en oren de kost, praat er eens over met medewerkers van personeelszaken. Ook de bedrijfsarts kan helpen (zie het kader). Als dat alles signalen oplevert, beslist u over vervolgactie. Houdt uw organisatie enquêtes onder werknemers, vraag dan om de vragen van professor Schaufeli (Dutch Buredom Scale, wilmarschaufeli.nl/downloads) daarin op te nemen. De vragenlijsten zijn gratis voor niet-commercieel gebruik, en om meer onderzoek te doen. De professor kijkt daarom uit naar de resultaten. Op basis van deze resultaten kunt u leidinggevenden alert maken op bore-out of training geven. Er zijn diverse coaches gespecialiseerd in bore-out. Vraag ook uw branche of verwante organisaties naar ervaringen met zo’n coach. U kunt verder voorstellen om een dagdeel bore-out in de managementtraining op te nemen. Ook coaching voor de werknemer en/of zijn leidinggevende is een goede optie.

De Arbowet verplicht tot beleid rondom psychosociale arbeidsbelasting. Strikt juridisch hoort onderbelasting daar niet bij. Maar aanpakken van bore-outklachten helpt werknemer én organisatie.