Welke maatregelen moet mijn werkgever nemen om seksuele intimidatie te voorkomen?

Publicatiedatum 10 juli 2019

In onze organisatie is een incident geweest met ongewenst gedrag. Welke maatregelen moet mijn werkgever nemen om seksuele intimidatie te voorkomen?

Suggestieve mailtjes, ongewenste aanrakingen of zelfs aanranding: het gebeurt jaarlijks bij tienduizenden werknemers op de werkvloer. Deze ongewenste seksuele aandacht kan leiden tot psychische en fysieke klachten of zelfs tot uitval van een werknemer. De werkgever is dan ook verplicht om een beleid te voeren om de seksuele intimidatie op de werkvloer zo veel mogelijk tegen te gaan.

Inspectie SZW

Seksuele intimidatie is een vorm van psychosociale arbeidsbelasting (PSA). Op grond van artikel 3 van de Arbowet is uw werkgever verplicht om een algemeen arbobeleid te voeren om PSA te voorkomen of te beperken. In de RI&E dient uw werkgever in kaart te brengen waar de risico’s op seksuele intimidatie liggen. Tevens moeten in het plan van aanpak een aantal curatieve en preventieve voorzieningen zijn opgenomen. Uw werkgever moet ten minste voorzieningen treffen als het opstellen van een gedragscode, het ter beschikking stellen van een vertrouwenspersoon en het instellen van een klachtenregeling en -commissie. Adequate nazorg voor slachtoffers en passende maatregelen tegen de dader(s) horen hierbij. Deze voorzieningen kan de werkgever ook inhuren bij een arbodienst. De werkgever doet er goed aan leidinggevenden te laten trainen in het voorkomen en beheersen van ongewenste omgangsvormen. Uw werkgever moet werknemers hierover informeren en regelmatig evalueren of de maatregelen nog werken. Inspectie SZW is belast met het toezicht. Bij een misstand kan een vakbond, OR of PVT een klacht indienen. De Inspectie kan vervolgens, na onderzoek, diverse handhavingsmaatregelen nemen. Ze hoeft daarbij niet aan te tonen dat er daadwerkelijk sprake is van ongewenste gedrag, maar ze oordeelt enkel over het gevoerde beleid door de werkgever.