Is buitenlands deskundigenoordeel geldig?

Een werknemer kan in Nederland werken, maar in het buitenland wonen. Bij ziekte kan deze werknemer een legitiem deskundigenoordeel aanvragen in het land waar hij woont, ofwel zijn woonland. Dit bleek onlangs uit een uitspraak van het gerechtshof in ’s-Hertogenbosch.

28 april 2014 | Door redactie

De zaak ontstond doordat een werkgever gestopt was met de loonbetaling aan een zieke werkneemster. Ze werkte volgens de werkgever niet mee aan haar re-integratie, want ze weigerde zich door een Nederlandse bedrijfsarts te laten controleren. Omdat ze in Duitsland woonde, gebruikte de werkneemster bij de inleidende dagvaarding een verklaring van een Duitse arts om haar arbeidsongeschiktheid te bewijzen. Ondanks deze verklaring besloot de kantonrechter dat haar loonvordering niet geldig was, want het deskundigenoordeel kwam niet van UWV.

Deskundigenoordeel mag vrij werknemersverkeer niet beletten

De zaak kwam daarna bij het gerechtshof. Het hof concludeerde dat een zieke werknemer volgens de Nederlandse wetgeving een deskundigenoordeel moet aanvragen in zijn werkland, terwijl dit in strijd is met de Europese wetgeving. Volgens Europese bepalingen moet het bewijzen van arbeids(on)geschiktheid zo eenvoudig mogelijk zijn, zodat migrerende werknemers geen vrijheidsbeperking ervaren. Een regel die bepaalt dat een deskundigenoordeel uit het werkland moet komen, draagt hier niet aan bij. Het hof besloot daarom de loonvordering op basis van het Duitse deskundigenoordeel rechtmatig te verklaren. Dat het verslag van de Duitse arts niet voldeed aan de Nederlandse eisen, was van ondergeschikt belang aan het argument voor vrij werknemersverkeer.

Plichten veranderen niet bij buitenlands deskundigenoordeel

De plichten van de zieke werknemer veranderen niet bij een buitenlands deskundigenoordeel. Als de werknemer zijn medewerking niet verleent aan controlevoorschriften of re-integratieverplichtingen, behoudt de werkgever de mogelijkheden tot loonopschorting of loonstopzetting.
Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 18 februari 2014, ECLI (verkort):
451