Kennis werknemers niet optimaal benut

Uit onderzoek van TNO blijkt dat één op de drie werknemers zich onderbenut voelt. Deze werknemers bezitten meer kennis en vaardigheden dan dat ze voor hun huidige functie nodig hebben. Een kwart van de werknemers geeft aan dat ze de kennis die ze niet toepassen verliezen door het gebrek aan gebruik.

15 mei 2013 | Door redactie

Volgens TNO kunnen werkgevers en werknemers samen kijken in hoeverre ze de beschikbare kennis en vaardigheden beter kunnen benutten. Zo zouden werknemers die bepaalde kennis of vaardigheden niet kunnen toepassen in hun huidige functie, de onbenutte capaciteit alsnog  binnen of buiten de organisatie kunnen inzetten. Bijvoorbeeld door het gebruik van combibanen. Een andere manier om optimaal gebruik te maken van de kennis en vaardigheden van werknemers, is door het takenpakket of de invulling van de functie aan te passen.
In het rapport ‘Kwalificatieveroudering in Nederland, aard en omvang, oorzaken en gevolgen (pdf)’ staan de resultaten van meerjarig onderzoek naar veroudering van kwalificaties als gevolg van het natuurlijke verouderingsproces (technische kwalificatieveroudering) en de ontwikkelingen in functies, organisaties en de arbeidsmarkt als geheel (economische kwalificatieveroudering).

Onderbenutting kan leiden tot onderstress

Het niet optimaal benutten van de kennis en vaardigheden van werknemers kan leiden tot onderstress. Onderstress is een letterlijke vertaling van het Engelse 'understress' en wordt veroorzaakt doordat een werknemer niet de prikkels krijgt die hij nodig heeft en die passen bij zijn belastbaarheid. Werknemers kunnen hierdoor het gevoel krijgen geen controle meer te hebben over hun werksituatie, emotioneel uitgeput raken en diverse gezondheidsklachten krijgen. Onderstress kan op den duur dan ook leiden tot langdurig ziekteverzuim. Als arbofunctionaris is het daarom belangrijk om onderstress tijdig te herkennen, actie te ondernemen en het onderwerp onderstress op te nemen in het arbobeleid.