Ook re-integratie als arbeid niet mogelijk is?

Een werknemer kan door een ernstige ziekte voor lange tijd uitgeschakeld zijn en dus geen werk uitvoeren. Maar ook dan doet de werkgever er goed aan zijn inspanningen voor re-integratie voort te zetten.

16 september 2016 | Door redactie

Als een werknemer door een ernstige ziekte (zoals kanker of een burn-out) langdurig geen arbeid kan verrichten, kan de werkgever afvragen wat zijn plichten op het gebied van re-integratie zijn. Hierbij moet hij zich duidelijk laten adviseren door de bedrijfsarts. Stelt die in de probleemanalyse (tool) dat er geen enkel zicht is op verbetering, dan is de situatie duidelijk: re-integratie is onmogelijk. Onder omstandigheden is dan een vervroegde WIA-uitkering (tool) aan te vragen bij UWV. Krijgt de werknemer deze toegekend, dan heeft de werkgever geen re-integratieplicht meer. In andere situaties, waarbij er een kans bestaat dat de werknemer op termijn wel weer aan het werk kan, moet de werkgever zich blijven inzetten voor re-integratie.

Evaluaties plan van aanpak voor re-integratie

Blijkt dus uit de probleemanalyse dat een werknemer voorlopig arbeidsongeschikt blijft, maar niet voor altijd, dan is onder meer een plan van aanpak (tool) nodig. De werkgever moet dat ter voortgang minstens eens per zes weken met de werknemer bespreken, ook als de werknemer op dat moment niet kan werken. Misschien verloopt de ziekte anders dan verwacht. De bedrijfsarts moet de situatie dan opnieuw beoordelen, waarna de werkgever dit verwerkt in de tussentijdse evaluaties van het plan van aanpak. Uiteindelijk is het belangrijk dat de werkgever zich bewijsbaar voldoende heeft ingespannen voor re-integratie (tools). Bij nalatigheid volgt mogelijk een loonsanctie van UWV.