Als een werkgever met een werknemer een financiële regeling overeenkomt om eerder met pensioen te gaan, is de kans groot dat het gaat om een regeling voor vervroegde uittreding (RVU). Omdat de wetgever juist langer doorwerken wil stimuleren, geldt sinds 2005 voor zo’n RVU een strafheffing. De werkgever betaalt een forse extra eindheffing over de uitkeringen uit deze regeling, de werkgeversbijdragen en de -premies.
Sinds 2021 geldt er onder voorwaarden een versoepeling van de RVU-heffing voor werknemers die binnen drie jaar van de AOW-gerechtigde leeftijd zitten. Deze drempelvrijstelling RVU is een maatregel die voortvloeit uit de afspraken uit het pensioenakkoord. Het zou een tijdelijke maatregel zijn, maar inmiddels is de regeling herzien en structureel gemaakt.
Het bedrag van de drempelvrijstelling voor een Regeling voor vervroegde uittreding (RVU) bedraagt per 1 januari 2026 € 2.657 per maand. Naas...
Per 2026 wordt de drempelvrijstelling voor een regeling voor vervroegde uittreding (RVU) voortgezet, met enkele aanpassingen. Hier kwamen ec...
In het wetsvoorstel Belastingplan 2026 heeft het demissionaire kabinet voorgesteld om de drempelvrijstelling voor een regeling voor vervroeg...
Vorig jaar bereikten het kabinet, werknemers- en werkgeversorganisaties samen een akkoord over het vraagstuk ‘Gezond naar het pensioen’. Min...