Personele gevolgen bij reorganisatie toelichten

Zowel de OR als de bestuurder heeft voldoende informatie nodig voordat hij een beslissing kan nemen over een reorganisatie. Zo moet de bestuurder weten welke maatregelen er komen om de gevolgen voor de werknemers op te vangen. Heeft de OR hierover geen duidelijke informatie ontvangen, dan bestaat de kans dat de bestuurder zijn besluit niet mag uitvoeren.

10 oktober 2014 | Door redactie

Om efficiënter te werken, waren in een organisatie twee subafdelingen samengevoegd tot één afdeling, waarbij geen arbeidsplaatsen kwamen te vervallen. Over deze samenvoeging kreeg de OR geen adviesaanvraag voorgelegd. De omzet van de organisatie daalde al enige tijd en bleef na de samenvoeging nog steeds dalen. Anderhalf jaar later kreeg de OR van de bestuurder een presentatie waaruit bleek dat er vanuit de Europese organisatie van die afdeling verbeteringen  kwamen op het gebied van de efficiëntie en klantgerichtheid. Daarbij kwamen er geen functies te vervallen.

Negatief advies OR door onvoldoende informatie

Later kreeg de OR een adviesaanvraag van de bestuurder om binnen die afdeling bepaalde functies te laten vervallen en de taken – voor zover nodig – op te laten gaan in andere functies. De bestuurder gaf daarbij aan dat dit voorgenomen besluit los stond van de organisatiewijziging die uit de presentatie was gebleken.
De OR adviseerde negatief, onder andere omdat hij onvoldoende informatie had gekregen over het grotere plaatje van de ontwikkeling van de organisatie. De OR stapte naar de Ondernemingskamer (OK) toen de bestuurder het besluit toch had genomen. De OK vond dat de OR soms te hoge eisen had gesteld aan de informatie die de organisatie moest leveren. Zo had de organisatie de noodzaak van bezuinigingen en het schrappen van twee functies voldoende toegelicht.

Alternatieven waren niet onderzocht

De OR had echter wel meer informatie moeten krijgen over de personele gevolgen van het voorgenomen besluit. Dat de personele gevolgen volgens ‘standard practice’ zouden worden opgevangen, gaf onvoldoende uitleg. De bestuurder kwam de bepalingen uit artikel 25 lid 3 en lid 5 uit de WOR niet na en had niet in redelijkheid kunnen komen tot het besluit. Ook had de organisatie geen alternatieven overwogen of onderzocht, terwijl de werknemers tijdens een bijeenkomst nog alternatieven hadden aangedragen. De Ondernemingskamer oordeelde dat de bestuurder zijn besluit moest intrekken.
Ondernemingskamer Amsterdam, 8 september 2014, ECLI (verkort): 3890