Branchespecifieke RI&E goede basis voor eigen RI&E

In Nederland bestaat de verplichting om een RI&E op te stellen. Vooral mkb-bedrijven vinden dat lastig en voldoen daarom vaak niet aan dit voorschrift. Branches kennen echter voor de aangesloten organisaties vergelijkbare risico’s en daarom is een branche-RI&E meestal een goed vertrekpunt voor het opstellen van de eigen RI&E.

22 september 2020 | Door redactie

Iedere branche kent zo zijn specifieke risico’s. In de bouwbranche spelen andere potentiële gevaren een rol dan in de logistiek. Het is dan ook logisch dat branches hun eigen specifieke RI&E-instrumenten ontwikkelen. Daar kunnen de bedrijven die tot zo’n branche behoren, hun voordeel mee doen. Het opstellen van zo’n branchespecifiek RI&E-instrument is het resultaat van een gezamenlijke inspanning van vertegenwoordigers uit die branche. Het instrument is vervolgens getoetst en goedgekeurd. Bedrijven uit de branche die deze RI&E gebruiken als basis voor hun eigen RI&E weten dus dat ze hierop kunnen vertrouwen. Organisaties tot 25 werknemers hoeven dan bovendien hun eigen RI&E niet meer te laten toetsen.

Aan eisen voldoen voor goedkeuring

Een branchespecifieke RI&E is een gedegen document dat aan bepaalde eisen moet voldoen om goedgekeurd te worden. De toetsing (infographic) moet gedaan worden door een gecertificeerde arbodienst. Ook werkgevers- en werknemersorganisaties uit de branche moeten ermee akkoord gaan. Als de RI&E (tool) wordt goedgekeurd, wordt deze opgenomen in een lijst op rie.nl en krijgt een keurmerk waaraan het herkenbaar is. Vervolgens kunnen organisaties uit de branche hem gebruiken.