SER wijst op arbeidsrisico’s laaggeletterdheid

De Sociaal-Economische Raad (SER) roept overheid maar ook werkgevers op om zich meer in te spannen bij de aanpak van laaggeletterdheid. Laaggeletterdheid brengt risico’s met zich mee voor de gezondheid en veiligheid op de werkvloer doordat werknemers bijvoorbeeld veiligheidsvoorschriften en werkinstructies niet kunnen lezen.

18 april 2019 | Door redactie

De SER haakt in het advies ‘Samen werken aan taal: Een advies over laaggeletterdheid’ in op recente plannen van het kabinet. Het kabinet trekt € 84 miljoen uit voor de aanpak van laaggeletterdheid. De SER acht dit bedrag echter onvoldoende en meent dat eerder het dubbele van dit bedrag nodig is om laaggeletterdheid aan te pakken. Volgens schattingen zijn 2,5 miljoen volwassenen in Nederland laaggeletterd. Meer dan de helft van hen werkt.

Werkgevers hebben belang bij aanpak laaggeletterdheid

De SER roept landelijke overheid, gemeenten en sociale partners op om beter samen te werken bij de aanpak van laaggeletterdheid. Werkgevers hebben er belang bij om laaggeletterdheid aan te pakken omdat het de communicatie in de organisatie verbetert en ook de productiviteit verbetert. Werkgevers kunnen laaggeletterdheid bij werknemers signaleren en scholing op maat aanbieden. De SER geeft in zijn advies een voorbeeld van een organisatie die werknemers taalcursussen aanbood. In deze organisatie steeg het aantal werknemers dat de Nederlandse taal beheersten op niveau B1 van 41% naar 81%. Op taalniveau B1 kan een werknemer de belangrijkste punten begrijpen uit duidelijke, in alledaagse taal geformuleerde standaardteksten. Het resultaat van de taalcursussen was een duurzamere inzetbaarheid van de werknemers.

Werkgever moet werknemers doeltreffend inlichten en voorlichten

De werkgever moet werknemers doeltreffend inlichten over hun werk en de daaraan verbonden risico’s. Ook moet hij de werknemers voorlichten over de maatregelen waarmee zij de risico’s kunnen voorkomen of beperken. Hiernaast moet de werkgever werknemers inlichten over het werk van de preventiemedewerker, de bedrijfsarts, de arbodienst en de bedrijfshulpverlening (artikel 8, lid 1 Arbowet). Doeltreffend inlichten en voorlichten is alleen mogelijk als de middelen hiervoor aansluiten bij de taalvaardigheid van de werknemers. De werkgever moet dus nagaan of de werknemers de voorlichting en instructies inderdaad begrijpen. Is dit niet het geval, dan kan hij de voorlichting en instructies aanpassen. Hij kan er echter ook voor zorgen dat de taalvaardigheid van zijn werknemers verbetert, bijvoorbeeld door taalcursussen aan te bieden.