Liftkeuring
Beschrijving
Een lift moet regelmatig gekeurd worden om de veiligheid van gebruikers te waarborgen. Tijdens een keuring worden diverse essentiële onderdelen gecontroleerd. Het Liftinstituut onderscheidt tien kernpunten die bij elke inspectie aan bod komen. Deze controles richten zich op technische werking, noodvoorzieningen en beveiligingssystemen.
Technische werking en mechaniek
-
Draagkabels: de spanning van de kabels mag onderling niet verschillen; beoordeling gebeurt op basis van toegestane breuken.
-
Snelheidsbegrenzing: voorkomt dat de lift bij overschrijding van de maximumsnelheid ongecontroleerd blijft bewegen.
-
Tegenwicht: dit mag niet uit de geleiding lopen om stabiliteit te behouden.
-
Vanginstallatie: bij kabelbreuk moet dit systeem de lift volledig tot stilstand brengen.
-
Deurvergrendeling: de lift mag pas rijden als de schachtdeuren gesloten en vergrendeld zijn.
-
Stopverschil: het vloeroppervlak van de lift moet op gelijke hoogte liggen met de verdieping.
Beveiliging en veiligheid
-
Veiligheidscircuit: controle op correcte elektrische aansluiting en gesloten veiligheidscontacten.
-
Knelbeveiliging: voorkomt letsel door liftdeuren die sluiten terwijl iemand instapt.
-
Noodverlichting: bij stroomuitval moet verlichting in de lift blijven werken zodat intercom of alarmknop zichtbaar blijft.
-
Intercom: essentieel om contact met hulpdiensten te kunnen leggen bij opsluiting.
Deze controlepunten vormen de basis voor een veilige werking van liften in gebouwen en dienen tijdens iedere liftkeuring zorgvuldig te worden nagegaan.