Procederen over OR-scholing is soms de enige optie

OR-scholing kost tijd en geld. Bestuurders staan er dan ook niet altijd om te springen. Komt de OR in overleg met de bestuurder niet tot een goede invulling van de OR-scholing, dan is procederen een optie. Dit kan bij de Scholingskamer en bij de kantonrechter.

4 januari 2019 | Door redactie

Hoewel procederen een goede relatie tussen de OR en de bestuurder op het spel kan zetten, is er soms geen andere optie meer. Als strategieën zoals onderhandelen of budgetteren niet leiden tot de gewenste invulling van OR-scholing, rest de OR geen andere optie meer dan een gang naar de Scholingskamer of de rechter (artikel 36, lid 2 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR)).

Juridisch advies inwinnen is eerste stap

Kiest de OR voor de strategie procederen, dan is juridisch advies inwinnen over de interpretatie van het scholingsrecht (tools) de eerste stap. Door de bestuurder op de hoogte te brengen van het feit dat de OR juridisch advies inwint, laat de OR zien het scholingsrecht (artikel 18, lid 2 en 3 WOR) serieus te nemen. Soms is dat al voldoende om de bestuurder er alsnog van te overtuigen dat hij de OR in de gelegenheid moet stellen om OR-scholing te volgen.

OR kan naar Scholingskamer of kantonrechter stappen

Gaat de bestuurder niet overstag, dan kan de OR naar de Scholingskamer stappen. Die doet uitspraken over geschillen over het scholingsrecht. Dit is laagdrempelig, redelijk snel en er is geen advocaat voor nodig. Een nadeel is dat er geen sanctie zit aan de uitspraak, tenzij de bestuurder vooraf aangeeft zich aan de uitspraak te houden.
Een andere optie is een kort geding bij de kantonrechter. Deze procedure is snel en dwingend. Daarmee neemt de OR echter ook een groot risico om de relatie met de bestuurder te schaden. Juridische bijstand door een advocaat is niet verplicht maar wel aan te raden.