Veel gesleutel aan Aof-premie in Voorjaarsnota 2026
Voor werkgevers zijn er de komende jaren belangrijke wijzigingen op komst. Deze staan in de Voorjaarsnota 2026, die het kabinet-Jetten heeft ingediend bij de Tweede Kamer. De wijzigingen zien onder meer op de Aof-premie en pensioenregelingen.
Het kabinet-Jetten heeft de Voorjaarsnota 2026 naar de Tweede Kamer gestuurd. Het is een lijvig document van 282 pagina’s waarin de financiële gevolgen van het coalitieakkoord en de budgettaire verschuivingen per departement nader zijn uitgewerkt. Ten opzichte van het coalitieakkoord 2026 – 2030 zijn er weinig wijzigingen. Het is afwachten tot Prinsjesdag tot de meeste maatregelen zullen zijn uitgewerkt in voorstellen voor wetswijzigingen.
Hogere Aof-premie voor werkgevers
De komende jaren wordt flink gesleuteld aan de premie voor het Algemeen arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof). Dit zijn de belangrijkste punten:
- Verhoging Aof-premie: de zogeheten 'vrijheidsbijdrage' voor bedrijven wordt ingevuld als een verhoging van de Aof-premie (met ongeveer 0,44 procentpunt). De bestaande verhouding tussen het lage tarief (voor kleine werkgevers) en het hoge tarief (voor grote werkgevers) blijft bestaan.
- Hogere Aof-premie om de lagere zorgpremies te compenseren. De compensatie moet ook komen uit hogere tarieven voor de inkomsten- en loonbelasting.
- Verlaging maximumdagloon: per 2029 wil het kabinet het maximumdagloon met 20% verlagen. Het maximumpremieloon daalt dan ook, maar tegelijkertijd gaat de Aof-premie omhoog. Dit geldt ook voor de premie voor het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf).
Pensioen: uitstel en bevriezing
De invoering van het voorstel van de Wet herziening bedrag ineens – die pensioendeelnemers de mogelijkheid geeft om een deel van hun pensioen in één keer op te nemen – is wederom uitgesteld. Als nieuwe ingangsdatum staat nu 1 januari 2029 gepland in de Voorjaarsnota (was tot voor kort 1 juli 2026).
In de Voorjaarsnota is ook te lezen dat vanaf 2027 het maximum pensioengevend loon zes jaar lang niet wordt geïndexeerd. Dit betekent dat het maximum tot en met 2032 bevroren blijft op € 137.800 (het niveau van 2026). Dit raakt met name werkgevers met werknemers in hogere loonschalen.