OR helpt ambtenaren bij gebrek aan steun

Social media vormt voor veel organisaties een belangrijk aandachtspunt in het beleid. Wat mag wel, maar vooral: wat is niet toegestaan? Deze discussie laaide onlangs ook op binnen het ambtenarenapparaat. Dit kwam door de antwoorden die minister Rosenthal van Buitenlandse Zaken gaf op Kamervragen over het facebook-gebruik van een ambassadeur. De OR van het ministerie van Buitenlandse Zaken stuurde hierop een memo naar de secretaris-generaal en eiste opheldering.

27 februari 2012 | Door redactie

De ambassadeur had een pagina van de Stichting Nederland Bekent Kleur ‘geliked’ op Facebook. De Stichting is een tegenstander van de PVV en de partij stelde hierover Kamervragen. Minister Rosenthal beantwoordde de vragen, maar volgens de memo van de OR (pdf) leidden zijn antwoorden tot verontwaardiging en onzekerheid binnen het ministerie. De vrijheid van meningsuiting wordt voor ambtenaren beperkt door artikel 125a van de Ambtenarenwet. Het is onduidelijk wanneer die inperking precies van toepassing is. Daar komt  bij dat de komst van social media dit niet veel duidelijker maakt.

OR wil duidelijkheid over social media

Volgens de OR moet minister Rosenthal meer vertrouwen tonen in de ambtenaren. De minister had de vragen op een andere manier moeten beantwoorden. De OR vraagt zich verder af hoe de minister negatieve uitlatingen over de ambtenaren in de toekomst gaat beperken. Ten slotte wil de OR duidelijkheid over de mogelijkheden voor ambtenaren om gebruik te maken van social media.