Meestertitel voor talenten in mbo

De meester-gezelrelatie wordt verder uitgebreid in het mbo-onderwijs. Bij deze opleidingsroute loopt een leerling met een meester mee en maakt zich beroepshandelingen eigen door veel te kijken en te oefenen in de praktijk. Als de gezel zich ontwikkelt tot een bijzonder goed vakman, kan hij op termijn zelf meester worden.

10 maart 2014 | Door redactie

Op dit moment werken vooral ambachtelijke beroepen, zoals goudsmeden en banketbakkers, met meester-gezelrelaties. Minister Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap trekt een bedrag van € 25 miljoen uit om de meester-gezelopleidingsroute uit te breiden naar andere, ook niet-ambachtelijke sectoren, zoals de media en gamebranche. Met de introductie van de meestertitel wil de minister goed vakmanschap belonen en talentvolle jongeren met een mbo-diploma stimuleren om door te groeien.

Meestertitel als bewijs van vakmanschap

Bij de meester-gezelopleidingsroute leert de leerling de basis van het vak op school, maar doet hij praktijkervaring op door bij een meester in de leer te gaan. De branche bepaalt wat de voorwaarden zijn om de meestertitel – het bewijs van uitmuntend vakmanschap – te behalen. Eerder pleitte de Sociaal-Economische Raad in een advies over vakmanschap en ondernemerschap (pdf) al voor brede invoering van de meestertitel in het beroepsonderwijs om goed vakmanschap meer erkenning te geven.
Naar aanleiding van de MBO-tour– een landelijke tournee van de minster langs verschillende roc’s – zal Bussemaker de komende tijd beleid gaan opstellen om de meester-gezelopleidingsroute ook in te voeren in andere sectoren in het mbo.