Geen heffingen stichting ondanks vergoeding

25 februari 2015 | Door redactie

Als een stichting een vergoeding van derden krijgt voor het inzetten van vrijwilligers, betekent dit niet per definitie dat ze loonheffingen moet afdragen. Belangrijke voorwaarde hierbij is dat er geen afspraken zijn gemaakt over het betalen van loon en er ook geen vergoeding is gegeven aan de vrijwilligers. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat er dan, ondanks dat de stichting een vergoeding ontvangt, sprake is van vrijwilligerswerk, dat dus buiten de loonheffingen valt.

In deze zaak ging het om een stichting die de belangen behartigde van een geloofsgemeenschap, zowel op vermogensrechtelijk als financieel gebied. De stichting hielp de geloofsgemeenschap ook door fondsen te werven, bijvoorbeeld door het uitvoeren van werkzaamheden tegen betaling. Het ging hierbij om werkzaamheden zoals inventarisatie, winkelinrichting of schoonmaakwerk. De leden van de geloofsgemeenschap konden zich aanmelden voor deze werkzaamheden, om zo een steentje bij te dragen aan het doel van de geloofsgemeenschap. De stichting ontving hiervoor vervolgens een vergoeding van opdrachtgevers. Als leden aan de slag gingen, kregen ze een vrijwilligerspas. Daarop stond aangegeven dat het lid van de gemeenschap als vrijwilliger werkte en afstand deed van iedere aanspraak op loon. Toch ontving de stichting een naheffingsaanslag loonheffingen, omdat er volgens de inspecteur wel degelijk sprake was van loon. 

Vrijwilligers zagen af van aanspraak op loon

De inspecteur stelde dat de leden van de geloofsgemeenschap werk verrichtten waarvoor zij recht hadden op een vergoeding, ook al hadden zij hiervan afstand gedaan. De rechtbank stelde de inspecteur in het gelijk, maar Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden zag dit anders. Volgens het hof was de stichting namelijk niet verplicht om een vergoeding te betalen aan de leden voor het werk dat ze verrichtten, ook al ontving de stichting een vergoeding van haar opdrachtgevers. Bovendien zagen de vrijwilligers af van de aanspraak op loon. Dit was anders dan wat de inspecteur beweerde, namelijk dat de leden afzagen van het loon waarop zij aanspraak konden maken. Omdat er in de eerste plaats dus al geen sprake was van loon, kon er ook geen sprake zijn van een dienstbetrekking. De naheffingsaanslag was daarom onterecht opgelegd.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 5 maar 2013, ECLI (verkort): BZ5019