Maakt exploitatiestichting misbruik van recht?

Door een nieuwe stichting op te richten voor een bepaald project loopt uw eigen stichting of vereniging minder (financieel) risico. Tegelijkertijd kan het een belastingvoordeel opleveren, omdat de nieuwe stichting mogelijk wel BTW in aftrek kan brengen als ondernemer. Als dit echter het enige doel is van de exploitatiestichting, kan er sprake zijn van misbruik van recht. Dit leek aan de orde in een recente rechtszaak, maar het hof stak daar een stokje voor.

8 januari 2015 | Door redactie

In de zaak ging het om een voetbalvereniging die een stichting had opgericht voor de aanleg en exploitatie van een multifunctioneel kunstgrasveld. De exploiterende stichting had in haar BTW-aangifte een aftrek geclaimd van bijna € 66.000. In tegenstelling tot de voetbalvereniging kon de stichting namelijk wel worden aangemerkt als ondernemer en dus de BTW over de gemaakte kosten in aftrek brengen. Zou de voetbalvereniging zelf het veld hebben aangelegd, dan zou ze de BTW over de kosten niet kunnen aftrekken omdat ze geen ondernemer was. De inspecteur accepteerde de constructie echter niet, want volgens hem was de stichting te nauw verbonden met de voetbalvereniging en enkel opgericht om belasting te besparen. Er zou daarom zelfs sprake zijn van misbruik van recht. Uiteindelijk moest het gerechtshof oordelen over de kwestie. 

Geen sprake van onrechtmatigheid

Gerechtshof Arnhem oordeelde dat er wel sprake was van BTW-ondernemerschap en de stichting dus terecht de BTW had afgetrokken. De staatssecretaris van Financiën overwoog om in cassatie te gaan, vanwege misbruik van recht. Hierop kwam hij echter terug, want hiervan is alleen sprake als blijkt dat het doel van de stichting enkel het onrechtmatig verkrijgen van het belastingvoordeel was. Dit was niet aan de orde volgens het hof, want het veld werd ook ter beschikking gesteld aan andere partijen dan de leden van de vereniging en de gemeente had kenbaar gemaakt dat een multifunctioneel kunstgrasveld wenselijk zou zijn. Dit onderstreepte dus dat de stichting niet alleen was opgericht voor de wensen en het voordeel van de voetbalvereniging.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 26 augustus 2014, ECLI (verkort): 6755