VERDIEPINGSARTIKEL

Stichtingen en verenigingen soms toch VPB-plichtig

Veel mensen denken dat non-profitorganisaties geen belasting hoeven te betalen en dus ook niet belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting (VPB). Dat is niet juist!

Drijft uw organisaties een onderneming, dan moet u namelijk gewoon afrekenen met de fiscus. Er geldt geen uitzondering voor non-profits. Wanneer drijft uw organisatie een onderneming?


26 mei 2020 5 minuten Door redactie

Dit verdiepingsartikel wordt u aangeboden door Rendement Online


In de wet is opgenomen dat een stichting of vereniging pas belastingplichtig is als zij een onderneming drijft. Er is sprake van een onderneming bij ‘een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid, die gericht is op deelname aan het economisch verkeer, met het oogmerk om winst te behalen’. De wetgever heeft deze definitie nader ingevuld.

Eis voor een duurzame organisatie

De criteria voor de belastingplicht zijn nader uitgewerkt in de rechtspraak. Vrijwel alle stichtingen en verenigingen voldoen aan de eis dat er sprake moet zijn van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid.

Het begrip duurzaam wil zeggen dat er geen sprake is van een kortstondig karakter. Dat is in principe altijd het geval.

Niet altijd belastingplicht bij overschotten op de balans van uw organisatie

Als uw organisatie regelmatig zwarte cijfers schrijft, ofwel een overschot op de balans heeft, kan dit een aanwijzing zijn dat er een winststreven is. Voor een verantwoorde bedrijfsvoering kunnen overschotten echter wel noodzakelijk zijn. Maar het overschot kan ook te maken hebben met een subsidie. Daarom hoeven overschotten niet automatisch te leiden tot belastingplicht.

Automatisch
Ook als uw organisatie eventuele overschotten moet terugbetalen aan de subsidieverstrekker, is er geen belastingplicht. Krijgt u echter subsidie voor uw ondernemingsactiviteiten, dan behoort deze tot de winst.

Overschotten op de balans leiden dus niet automatisch tot een VPB-plicht. Als een vereniging een overschot heeft op de contributie, maar verder een besloten karakter heeft en alleen activiteiten voor leden organiseert, is deze niet belastingplichtig.

Twee andere vereisten

Hetzelfde geldt voor de andere twee vereisten. Het aanwezige bestuur is verantwoordelijk voor de arbeid en normaal gesproken zijn er ook inkomsten (bijvoorbeeld in de vorm van contributie, subsidies, schenkingen of andere bijdragen).

De voorwaarde van ‘deelname aan het economisch verkeer’ moet u ruim opvatten. Het ontvangen van gelden en het doen van betalingen is daarvoor al voldoende.

Blijft over: het oogmerk om winst te behalen. Hiervan is sprake als u beoogt om voordeel te behalen én dit voordeel redelijkerwijs te verwachten is. Dit vereiste werkt twee kanten op:

  • Vaak heeft u in uw statuten de doelstelling opgenomen dat u geen winst beoogt. Deze bepaling sluit de belastingplicht nog niet uit. De Belastingdienst baseert zich op de feiten. Hieruit zal moeten blijken dat er inderdaad geen winstoogmerk is.
  • Blijkt uit de doelstelling of uit de feiten dat u wel winst beoogt, dan moet die winst ook nog redelijkerwijs te verwachten zijn. Dat laatste hangt af van de soort activiteiten. Alleen de resultaten die toe te rekenen zijn aan de belaste activiteit, vallen onder de heffing van de VPB.

Is er op grond van de hiervoor genoemde criteria geen sprake van het drijven van een onderneming, dan resteert nog het risico dat u met uw activiteiten concurreert met andere ondernemingen die wel een winstoogmerk hebben.

De wetgever verstaat onder het drijven van een onderneming ook het ontplooien van een activiteit waarmee u concurreert met ondernemers en waarvoor geen vrijstelling van toepassing is. In dat geval bent u alsnog belastingplichtig, of u nu een stichting of vereniging bent.

Vrijgesteld van VPB

Als uw stichting of vereniging een onderneming drijft, is uw organisatie vrijgesteld van VPB als:

  • de fiscale winst in één jaar niet hoger is dan € 15.000; of
  • de fiscale winst in een jaar en de daaraan voorafgaande vier jaar bij elkaar niet hoger is dan € 75.000.

Bij de bepaling van de winst van uw stichting of vereniging mag u rekening houden met het feit u dat de vrijwilligers gratis of tegen een kostenvergoeding werkzaamheden laat verrichten. Daarvoor mag u dan een fictieve kostenaftrek toepassen (zie hierna).

Alleen de resultaten die toe te rekenen zijn aan de belaste activiteit van uw organisatie, vallen onder de heffing van de VPB. Als sprake is van verschillende activiteiten, moet per afzonderlijke activiteit gekeken worden of er sprake is van het drijven van een onderneming, ook al streeft uw stichting of vereniging als geheel niet naar winst.

Belastingplichtig voor de VPB

Is uw organisatie belastingplichtig voor de VPB, dan kunt u mogelijk nog wel in aanmerking komen voor de:

  • aftrek fictieve personeelskosten;
  • aftrek voor fondswervende activiteiten;
  • bestedingsreserve. 

Winstgrenzen voor startende organisaties

Bij lage winsten kan uw organisatie onder een vrijstelling vallen. In deze zaak ontstond discussie over deze vrijstelling voor organisaties die nog geen vijf jaar bestonden. De rechtbank vond dat de vrijstelling van € 75.000 een absolute grens was en dus ook gold als een organisatie minder dan vijf jaar bestond.

De fiscus wilde de winstgrenzen herrekenen (pro rata) en stelde het winstplafond op € 45.000 (3/5 van € 75.000). Het gerechtshof had daar toch een andere kijk op. De grens van € 75.000 zou namelijk niet gelden voor stichtingen en verenigingen die nog geen vijf jaar bestonden. De vrijstelling voor de VPB was daardoor niet van toepassing.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21 januari 2020, ECLI (verkort): 467

Fictieve kosten voor arbeid

Bij het berekenen van de winst mag u als aftrekpost uitgaan van de fictieve kosten voor arbeid op basis van het minimumloon, verlaagd met de daadwerkelijk uitgekeerde beloningen. De aftrek voor fictieve personeelskosten kan niet leiden tot een verlies.

De voorwaarden zijn:

  • De winst wordt hoofdzakelijk behaald met behulp van arbeid door vrijwilligers.
  • U houdt een administratie bij met de NAW-gegevens van de vrijwilligers en met hun beloningen.
  • De fictieve personeelskosten gelden alleen voor zover deze meer bedragen dan de aftrek voor kenbaar fondswervende activiteiten.

Voorwaarden om fondswervende activiteiten af te trekken van winst

Algemeen nut beogende instellingen (ANBI’s) en fondswervers mogen onder voorwaarden hun fondswervende activiteiten aftrekken van de winst.

Een fondswerver is een organisatie die uitsluitend kenbaar fondswervende activiteiten verricht. Deze houdt zich niet bezig met het behartigen van een algemeen maatschappelijk belang, maar vergaart financiële middelen ten behoeve van een ANBI. Een fondswerver mag de uitkeringen aan een ANBI aftrekken van de winst als de fondswerver:

  • zich statutair of contractueel heeft verplicht om de opbrengst helemaal of bijna helemaal uit te keren;
  • uiterlijk zes maanden na afloop van het jaar de uitkeringen doet.

Kenbaar fondswervende activiteiten zijn activiteiten die in belangrijke mate (voor meer dan 30%) met behulp van vrijwilligers worden gedaan en waarbij goederen worden verkocht of diensten worden geleverd tegen:

  • een hogere prijs dan de marktprijs. De vrijwilligers moeten aan de afnemer kenbaar maken dat de opbrengst helemaal of bijna helemaal – dat wil zeggen voor 90% of meer – ten goede komt aan een ANBI;
  • een marktprijs, waarbij de kostprijs lager is dan gebruikelijk door de inzet van vrijwilligers. Deze moeten aan de afnemers kenbaar maken dat de opbrengst helemaal of bijna helemaal ten goede komt aan een ANBI.

Bestedingsreserve voor culturele stichtingen

Een specifieke reserve voor non-profit-organisaties is de bestedingsreserve. Deze reserve geldt voor culturele ANBI’s en stichtingen en verenigingen die een sociaal belang behartigen en hun winst voor 70% behalen met behulp van vrijwilligers.

Voldoet uw organisatie aan de voorwaarden, dan mag u een deel van de winst reserveren. Uiteraard moet u dan wel beschikken over een bestedingsvoornemen. U moet de gereserveerde winsten binnen vijf jaar na afloop besteden aan het doel.

Keuze culturele instellingen

Culturele instellingen verrichten vaak ook commerciële activiteiten zoals het exploiteren van een museumwinkel. U heeft voor zo’n instelling de mogelijkheid om te kiezen voor volledige belastingplicht voor de VPB. Deze keuze geldt voor een periode van tien jaar. Het verzoek moet u doen binnen zes maanden na afloop van het jaar waarop het verzoek betrekking heeft.