Erfenis niet ontvangen, toch op tijd aangifte doen!

Ook al heeft een erfgenaam de aan hem toekomende erfenis (nog) niet ontvangen, er moet wel op tijd aangifte voor het successierecht worden gedaan. Dat de inspecteur dan een ambtshalve aanslag oplegt is terecht.

12 augustus 2021 | Door redactie

Het moment van overlijden van de erflater is voor het doen van de aangifte successierecht bepalend. Op dat moment krijgt een erfgenaam recht op een deel van de nalatenschap en moet diegene voor de aangifte successierecht (tool) zorgen. Dat iemand op dat moment nog niets uit de erfenis heeft ontvangen doet er dan niet toe. Over dit nog niets (of een klein gedeelte) ontvangen hebben ging het in onderstaande zaak.

Nog niets uit nalatenschap ontvangen

De vrouw in deze zaak erfde van haar overleden vader samen het haar broer en zussen. Er was echter sprake van ruzie tussen de vrouw en de broers en zussen. De verdeling van de nalatenschap liet daardoor op zich wachten. De inspecteur legde een ambtshalve aanslag aan de vrouw op naar een geschatte belaste verkrijging van € 160.000 omdat zij geen aangifte voor het successierecht had gedaan. De vrouw vond dat deze onterecht was opgelegd omdat ze pas een heel klein deel uit de nalatenschap had ontvangen.

Als erfgenaam successierecht verschuldigd

Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft vastgesteld dat de vrouw voor een vijfde deel gerechtigd is tot de nalatenschap en dat zij haar aandeel hierin niet had verworpen. Zij was dus erfgenaam en daardoor successierecht verschuldigd over haar verkrijging. Het moment van overlijden van haar vader was voor het doen van aangifte bepalend. Dit kan inderdaad door de vrouw als teleurstellend worden ervaren omdat ze nog bijna niets van haar erfenis had gezien maar zo staat het in de wet. Daarbovenop kwam ook nog dat er geen vrijstelling geldt zolang de erfenis niet is verdeeld. De aanslag bleef met een kleine verlaging in stand. De boete die ook nog was opgelegd werd wel verworpen vanwege te weinig bewijs.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 juli 2021 (publicatie 6 augustus 2021), ECLI (verkort): 3701

Bijlagen bij dit bericht