'Een' of 'één', dat is de vraag...

Misschien loopt u er tijdens het schrijven ook wel eens tegenaan: wanneer schrijft u nu 'een' en wanneer 'één'? Het plaatsen van zogenoemde uitspraaktekens – om te verduidelijken wat de juiste uitspraak van een woord is – kunt u niet naar eigen inzicht doen, hier zijn taalregels voor. Office Rendement vertelt u hoe het zit.

15 januari 2015 | Door redactie

Om te beginnen: uitspraaktekens plaatst u in de Nederlandse taal alleen op de letter 'e'. Tot zover duidelijk, alle andere klinkers vallen dus buiten de boot. Maar wanneer schrijft u dan 'een' en wanneer 'één'? Dat hangt af van de situatie. U gebruikt uitspraaktekens als u een telwoord ook als lidwoord kunt lezen. Kijk maar naar de zinnen 'Ik wil graag een rekenmachine bestellen' en 'Ik wil graag één rekenmachine bestellen'. Om verwarring te komen, zijn er in de tweede zin uitspraaktekens geplaatst. Die laten geen twijfel bestaan over het aantal te bestellen rekenmachines.

Nooit een uitspraakteken op een hoofdletter

Op een hoofdletter plaatst u nooit een uitspraakteken. Een zin die u met het woord 'één' laat beginnen, zal er dan zo uitzien: 'Eén manager wist het goede antwoord'. In samenstellingen en vaste uitdrukkingen hoeft u ook geen uitspraaktekens te gebruiken, omdat de context dan laat zien dat het om een telwoord gaat, en niet om een lidwoord. Denk aan 'eenmaal' en 'een of meer'.