Heeft kort of lang een streepje voor?

De Nederlandse taal kent twee streepjes: een korte (-) en een lange (—). Als u denkt ‘ze lijken zoveel op elkaar, die zijn vast inwisselbaar te gebruiken’, zit u er mooi naast. Het korte streepje en zijn langere broertje drukken verschillende zaken uit. Sterker nog: het korte en het lange streepje kunt u afzonderlijk ook nog op verschillende manieren inzetten. Begint u het u inmiddels te duizelen? Hier de uitleg.

5 september 2013 | Door redactie

Het korte streepje (op het toetsenbord meestal naast de nul te vinden) gebruikt u:

  • Om woorden weg te laten in samentrekkingen. Denk aan ‘bestuurskamer en -vergadering’.
  • Als koppelteken in samentrekkingen, zoals ‘zwart-witkopie’.
  • In sommen. Voor en na het korte streepje zet u spaties.
  • Als afbreekteken voor een woord aan het einde van een re-
    gel.
  • Als opsommingsteken als u vindt dat dit beter staat dan cijfers of bullets.

Verschil tussen korte en lange streepje

Het lange streepje (ook wel ‘gedachtestreepje’) tovert u tevoorschijn door Ctrl en het streepje op het numerieke toetsenbord in te drukken. U gebruikt het lange streepje:

  • Als u een zinsdeel extra nadruk wilt geven. Kijk maar: ‘Op een gegeven moment — eigenlijk toen Piet binnenkwam — sloeg de hele sfeer om´.
  • Om een nieuwe, vaak onverwachte gebeurtenis in een zin aan te geven. In de zin ´Mijn manager is een gerespecteerd man — van financiën heeft hij echter geen kaas gegeten´ ziet u het gedeelte na de streep niet bepaald aankomen.