Hoe denkt u over het gedachtestreepje?

Leestekens zijn er niet voor niets. Stelt u zich even een nieuwsbericht, brief of e-mail voor zonder punten of komma's. Dat is een letterbrij die niet bepaald lekker leest. Eén van de leestekens die u kunt gebruiken is het gedachtestreepje. U zet dit in als u een zin wilt onderbreken met een andere korte zin, of een gedeelte daarvan. Maar wanneer en hoe gebruikt u dit leesteken precies?

6 oktober 2011 | Door redactie

Het gedachtestreepje (–) is dat horizontale streepje dat net iets langer is dan het koppelstreepje (-). Het streepje heeft meerdere functies. Zo kunt u er een zin of zinsdeel extra nadruk mee geven. Kijk maar naar de zin 'We sturen u graag – als u deze week nog reageert – een presentje'. De gedachtestreepjes benadrukken 'als u deze week nog reageert' meer dan komma's zouden doen.

Altijd een spatie vóór en na het gedachtstreepje

U kunt het leesteken ook gebruiken voor een kleine terzijde: 'Toen mijn manager zich versliep – en dat was niet voor het eerst – heb ik de boel draaiende gehouden'. Daarnaast kunt u er een zin ook een onverwachte wending mee geven. Bijvoorbeeld in de zin 'U kunt mij altijd bellen – maar het hoeft natuurlijk niet'. U ziet: als de zin ermee eindigt, komt het tweede gedachtestreepje te vervallen. Vóór en na het gedachtestreepje zet u altijd een spatie.

Leesbaarheid van uw tekst staat voorop

Maar let op: overdaad schaadt. Dit devies is op veel dingen van toepassing, en het gedachtestreepje is hierop geen uitzondering. Het gebruik van te veel gedachtestreepjes in een tekst is dan ook af te raden. Al helemaal als u een officiële tekst opstelt. Uw tekst kan er onrustig door worden, en dat leidt af van uw boodschap. Als u de lezer toch bij meerdere dingen wilt laten stilstaan, wissel uw gedachtestreepjes dan af met komma's en haakjes. Die leggen beiden wat minder nadruk.